Huis Nassau-Siegen (1607-1623)

Uit Wiki Raamsdonk
Versie door Colani (overleg | bijdragen) op 5 aug 2026 om 10:52 (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Infobox adellijk huis | naam = Huis Nassau-Siegen | wapenschild = Nassau-Dillenburg 1559-1739 groot.svg | wapenbeschrijving = I. Nassau, II. Katzenelnbogen, III. Vianden, IV. Diez | hoofdtak = Huis Nassau | titels = Graaf van Nassau, Graaf van Katzenelnbogen, Graaf van Vianden, Graaf van Diez, Heer van…')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Huis Nassau-Siegen
Huis Nassau-Siegen
Wapenbeschrijving I. Nassau, II. Katzenelnbogen, III. Vianden, IV. Diez
Stamvader Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen
Laatste heerser Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen
Familiehoofd Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen
Etniciteit Duits
Hoofdtak Huis Nassau
Zijtakken
Titels
Notabele leden Johan Ernst, Adolf, Juliana, Anna Johanna, Willem Otto, Christiaan, Johan Ernst

Het Huis Nassau-Siegen was een zijtak van de Ottoonse Linie van het Huis Nassau, een Duitse adellijke familie. Het Huis Nassau-Siegen ontstond in 1607 door de deling door de zoons van graaf Johan VI ‘de Oude’ van Nassau-Siegen en heerste over een deel van het graafschap Nassau. Het huis splitste in 1623 in een katholieke en protestantse linie. Voordien was er nog een zijtak die Nassau-Siegen genoemd wordt.

Ontstaan van het huis

De stad Siegen en het omliggende Siegerland was een van de oudste bezittingen van het Huis Nassau. In een oorkonde uit 1079/1089 wordt Rupert vermeld als voogd in Siegen van de aartsbisschop van Mainz. Deze Rupert is een van de oudst bekende voorouders van de latere graven van Nassau. [1] Bij de Prima divisio uit 1255 kwam het Siegerland in bezit van graaf Otto I van Nassau. [2] Diens oudste zoon Hendrik I van Nassau-Siegen kreeg van zijn neef rooms-koning Adolf van Nassau in 1298 de ijzer- en zilvermijn Ratzenscheid bij Wilnsdorf en de overige groeven in het Siegerland waar zilver gewonnen kon worden. Daarmee werd de grondslag gelegd voor de Bergregal (de rechten op de bodemschatten in hun gebied) van de graven van Nassau. [3] Slot Siegen bleef onder de opvolgers van graaf Hendrik I lange tijd de belangrijkste residentie. Pas in de zestiende eeuw nam Slot Dillenburg die functie over, maar de stad Siegen bleef wel het economische zwaartepunt van het graafschap.

Bij het overlijden van graaf Johan VI ‘de Oude’ van Nassau-Siegen op 8 oktober 1606 werd hij opgevolgd door zijn zoons Willem Lodewijk, Johan VII ‘de Middelste’, George, Ernst Casimir en Johan Lodewijk. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> [4] waarbij Johan ‘de Middelste’ het Siegerland verkreeg. [5]

Regerende graaf: Johan VII ‘de Middelste’

Graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen. Atelier van Jan Antonisz. van Ravesteyn, ca. 1610-1620, Rijksmuseum Amsterdam.
Zie Johan VII van Nassau-Siegen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen (Slot Siegen,Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> 7 juni 1561 [6] – aldaar, Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> 27 september 1623 [7] ) was de tweede zoon van graaf Johan VI ‘de Oude’ van Nassau-Siegen en diens eerste echtgenote Elisabeth van Leuchtenberg. [8] Johan ‘de Middelste’ bezocht eerst de gravenschool in Siegen en ging daarna – in 1576 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> Johan werkte zich al vroeg in de administratie, financiën en militaire zaken van zijn vaders graafschap in. [9]

Johan ‘de Oude’ had plannen om de financiën van het graafschap Nassau-Siegen te saneren door een rijk huwelijk van zijn zoon, maar toen Johan ‘de Middelste’ verklaarde dat hij zijn hart al geschonken had, deed de vader niet de minste poging om de politieke rede te laten zegevieren over de wens van de zoon. Door zijn huwelijk in 1581 met Magdalena van Waldeck-Wildungen (net als zijn grootmoeder Juliana van Stolberg-Wernigerode weduwe van een graaf van Hanau-Münzenberg) versterkte Johan ‘de Middelste’ de verhoudingen binnen de Wetterauer Grafenverein en droeg zo – ook zonder wezenlijke financiële bijdrage – bij tot de versterking van het Huis Nassau. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Het beleg van Groenlo (1597).

Verhoudingsgewijs laat, namelijk pas in 1592, betrad Johan het Nederlandse oorlogstoneel. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> [10] Met prins Maurits had hij eerder een band als broer dan als neef, omdat zij hun jeugd samen hadden doorgebracht in Dillenburg en Siegen. Toen Johan hem en zijn broer Willem Lodewijk zijn aantekeningen met zijn gedachten over een militaire opleiding liet zien, werd dat ‘nun wol im anfang ein solches veracht und für Superfluum gehalten’. Spoedig echter moest Maurits inzien dat de Ausschußmänner uit het graafschap Nassau-Siegen en de gelijk opgeleide boeren uit het Westerwald beter waren dan de Nederlandse soldaten. Onmiddellijk werd de aanpak van Johan in alle garnizoenen van de verenigde provincies ingevoerd. Een nieuw type mortier dat door Johan was uitgevonden, samen met de bijbehorende brandkogels, die hij beide in Siegen had laten gieten, werd in 1597 uitgeprobeerd bij het beleg van Groenlo en had een verwoestend effect. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> Johan was een van de belangrijkste militaire theoretici uit zijn tijd en zijn reputatie reikte tot ver buiten de grenzen van het Heilige Roomse Rijk. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Op het grote operatieterrein van de contrareformatie had koning Sigismund III, de katholieke Wasa, Polen en Zweden in zijn hand verenigd. Diens oom, de calvinistische hertog Karel van Södermanland leidde de oppositie tegen Sigismund. Johan vond het een zaak voor protestanten om Karel te ondersteunen. Daarom reisde hij, met toestemming van de Wetterauer Grafenverein, naar het strijdtoneel in Lijfland. Karel bood Johan onmiddellijk het opperbevel aan, [11] dat hij ‘trotz der geringen Lusten’ aannam, maar slechts voor de duur van drie maanden, want het Zweedse leger verkeerde in een meer dan slechte staat. Na drie maanden, waarin Johan verschillende schermutselingen had gewonnen en veel materiaal van de Polen had buitgemaakt, maar het beleg van Riga niet tot een goed einde had kunnen brengen, smeekte Karel hem om in Lijfland te blijven en het opperbevel te blijven voeren. Johan liet zich overhalen. Onmiddellijk daarna brak zo'n felle koude uit dat binnen zes weken 40.000 mensen doodvroren en verhongerden, waaronder 4500 van de 6000 voetsoldaten uit Nassau. En weer, na drie maanden, werd Johan overgehaald om te blijven. Toen werden echter door eerst de invallende dooi en daarna een muiterij alle militaire operaties tenietgedaan. Johan schreef tevergeefs om geld te krijgen om de troepen te betalen. Hij had zijn kettingen en juwelen al lang verpand voor soldij. Uiteindelijk nam hij echt afscheid. Karel stelde voor de reis naar Lübeck een Zweeds oorlogsschip ter beschikking, dat wegens hevige stormen lange tijd op Bornholm moest blijven. Johans soldij van 18.000 gulden was 29 jaar later nog steeds niet door de Zweden betaald. En toch had de zware noordse reis Johan iets goeds gebracht. Hij ontmoette de jongste dochter van hertog Johan van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg (een broer van koning Frederik II van Denemarken) en trouwde in 1603 met haar, hoewel hij al een zoon had die een jaar ouder was dan deze Margaretha. Johans eerste vrouw was al in 1599 overleden. Citefout: Onjuist label <ref>; refs zonder naam moeten inhoud hebben

Slot Siegen.

Bij het overlijden van zijn vader op 8 oktober 1606 volgde Johan zijn vader op samen met zijn broers Willem Lodewijk, George, Ernst Casimir en Johan Lodewijk.[12] Op 30 maart 1607 deelden de broers hun bezittingen,[13][14] waarbij Johan de stad Siegen, Freudenberg, Netphen, Hilchenbach, Ferndorf en het Haingericht[noot 2]) was de oudste zoon van graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen en diens eerste echtgenote, gravin Magdalena van Waldeck-Wildungen. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> en daarna in Genève. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> Later verbleef hij bij zijn oom Willem Lodewijk in Leeuwarden. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> Johan Ernst werd op 22 september 1603 benoemd tot kapitein. Bij het Beleg van Sluis in 1604 kreeg hij een schot in zijn been. [44] Op 6 mei 1606 werd hij benoemd tot kolonel van het regiment Walen. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> waar hij als tweede bevelhebber werd aangesteld. [45] Hij nam in 1615 deel aan de tocht van Frederik Hendrik van Nassau naar de Hanzestad Brunswijk, Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> De vader van Johan Ernst, Johan ‘de Middelste’, wist daarna een overeenkomst tussen de hertog en de stad te sluiten. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> beruchte zeerovers in de Adriatische Zee. Het verzoek betrof voetvolk en ruiterij. [46] Johan Ernst verkreeg in een resolutie van 3 oktober 1616 toestemming van de Staten-Generaal om met een regiment voetvolk in dienst van de Republiek Venetië te treden. [47] De toestemmig betrof een verlof van een jaar uit Staatse dienst om het bevel over 3000 man op zich te kunnen nemen. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> De doge van Venetië had hem tevoren reeds de rang en titel van Generaal der Hollanders of van het Hollands Krijgsvolk verleend. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> Van daaruit werd zijn lichaam op kosten van de Republiek Venetië overgebracht naar Siegen, waar het op 19 april 1618 onder het koor van de Nicolaaskerk werd bijgezet. Johan Ernst werd op 29 april 1690 herbegraven in de Fürstengruft in Siegen. [48]

Elisabeth

Gravin Elisabeth van Nassau-Siegen (Slot Dillenburg, Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> ) was de oudste dochter van graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen en diens eerste echtgenote, gravin Magdalena van Waldeck-Wildungen. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> in november 1604 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> }} met graaf Christiaan van Waldeck-Wildungen (Slot Eisenberg, 24/25 december 1585 – Burcht Waldeck, 31 december 1637 [49] ). Uit dit huwelijk werden 15 kinderen geboren. [50]

Bestand:Portret van Adolf (1586-1608), graaf van Nassau-Siegen Rijksmuseum SK-A-535.jpeg
Graaf Adolf van Nassau-Siegen. Toegeschreven aan Jan Antonisz. van Ravesteyn, ca. 1609-1633, Rijksmuseum Amsterdam.

Adolf

Zie Adolf van Nassau-Siegen (1586-1608) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Graaf Adolf van Nassau-Siegen (Slot Dillenburg, 8 augustus 1586 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> [51] Hij werd op 23 november 1608 begraven in de Sint-Stevenskerk in Nijmegen. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Adolf en zijn oudere broers Johan Ernst en Johan ‘de Jongere’ hadden de reputatie gokkers te zijn en een volstrekt ongepaste pracht en praal in hun kleding en voorkomen te vertonen. Hun vader schreef de jonge graven brieven vol vaderlijke vermaningen, waarin hij hen aanmaande zuinig te zijn, omdat hij niet wist wat hij met zijn zorgen en schulden aan moest. In een brief van 8 december 1608 beschouwde hij zelfs het sneuvelen van Adolf als straf van God en vermaande hij beide anderen, die met ‘einem ärgerlichen Leben mit Verschwendung fast allem, was ich in der Welt habe, durch Ehebrechen und Hurerei, Plünderung und Beraubung armer, unschuldiger Leute hoch und niederen Standen’ het graafschap Nassau-Siegen ruïneerden, om een ander, beter, en de naam Nassau waardig, leven te leiden. [52]

Landgravin Juliana van Hessen-Kassel, geboren gravin van Nassau-Siegen, met haar jongste dochter. Detail van schilderij van August Erich, 1618–1628, Gemäldegalerie Alte Meister, Museumslandschaft Hessen Kassel.

Juliana

Zie Juliana van Nassau-Siegen (1587-1643) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Gravin Juliana van Nassau-Siegen (Slot Dillenburg, Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> }} Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Slechts drie maanden na de dood van zijn eerste vrouw Agnes van Solms-Laubach, deed landgraaf Maurits ‘de Geleerde’ van Hessen-Kassel (Kassel, 25 mei 1572 – Eschwege, 15 maart 1632 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Aangezien Maurits uit zijn eerste huwelijk drie zonen had, trachtte Juliana spoedig inkomsten en eigendomsrechten op haar kinderen te doen overgaan. Uiteindelijk zorgde zij ervoor dat een kwart van het landgraafschap Hessen-Kassel – het zogenaamde Rotenburger Quart – aan haar nakomelingen werd overgedragen om hen in overeenstemming met hun status te onderhouden. Nadat haar oudste zonen Herman en Frederik zonder erfgenamen waren gestorven, ontstond hieruit de door landgraaf Ernst gestichte zijlinie Hessen-Rheinfels-Rotenburg. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> [53] [54]

Anna Maria

Gravin Anna Maria van Nassau-Siegen (Slot Dillenburg, Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Johan Albert

Graaf Johan Albert van Nassau-Siegen (Dillenburg,[55][56] 8 februari 1590[55][noot 3][58] – aldaar,[55][56][58] 1590[55]) was de vierde zoon van graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen en diens eerste echtgenote, gravin Magdalena van Waldeck-Wildungen.[59] Johan Albert werd op 22 februari gedoopt in Dillenburg,[57] tegelijk met zijn neef Johan Filips van Nassau-Dillenburg.Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Vrouwe Anna Johanna van Brederode, geboren gravin van Nassau-Siegen. Anoniem portret, 1620, Slot Braunfels.

Anna Johanna

Zie Anna Johanna van Nassau-Siegen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Gravin Anna Johanna [60] van Nassau-Siegen (Slot Dillenburg, 2 maart 1594Jul. [61] [noot 4] – Den Haag, Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> [63] [64] december 1636 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> }}) was de vierde dochter van graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen en diens eerste echtgenote, gravin Magdalena van Waldeck-Wildungen. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> Sinds 29 juli 1612 verbleef ze in de adellijke abdijen van Keppel en Herford. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Anna Johanna huwde op Slot Broich bij Mülheim an der Ruhr [65] op 19 juni 1619 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> 12 juni 1599 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> 3 september 1655 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> Uit dit huwelijk werden twaalf kinderen geboren. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> [66]

Op 16 maart 1620 werd hun eerste kind geboren, een dochter Sofia Theodora. De grootvader, Johan ‘de Middelste’, feliciteerde in zijn brief van 4 april 1620 uit Rheinfels de ouders met de geboorte van hun dochter, maar zelf zou hij een zoon geprefereerd hebben. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

De Brederodes resideerden gewoonlijk op Kasteel Batenstein in de noordwesthoek van de stad Vianen. [67] Het kasteel was fraai gemeubileerd en de wanden waren behangen met tapijten en goudbehang. Het echtpaar ontving in Vianen veelvuldig gasten, waaronder prins Frederik Hendrik en Amalia van Solms-Braunfels, de graven van Nassau en Solms, de burggraven van Dohna en leden van de Staten van Holland, die er vorstelijk onthaald werden. [68] Omdat Johan Wolfert vanwege zijn functies veelvuldig in Den Haag moest zijn, kocht hij in 1626 van Emilia van Nassau een representatief pand aan de Lange Vijverberg nr. 3. [69]
Nadat Johan Wolfert op 27 januari 1630 benoemd werd tot gouverneur van de stad ʼs‑Hertogenbosch en de Meierij, betrok het gezin het college van de Jezuïeten als ambtswoning. [70] De magistraat van de stad schonk in 1631 kostbare tapijten voor het paleis en droeg bij in de reiskosten van Anna Johanna, elegant verpakt in een fraaie beurs, als zij de stad aandeed. [71]

Het jaar 1630 was voor het echtpaar een moeilijk jaar. Anna Johanna bracht in maart en oktober doodgeboren kinderen ter wereld. Bovendien overleed in augustus Theodora van Haaften, de moeder van Johan Wolfert. In oktober 1631 bracht Anna Johanna opnieuw een doodgeboren kind ter wereld. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Frederik Lodewijk

Graaf Frederik Lodewijk van Nassau-Siegen (2 februari 1595 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Magdalena

Zie Magdalena van Nassau-Siegen (1596-1662) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Gravin Magdalena van Nassau-Siegen (23 februari 1596[38] – 6 december 1662[72][noot 5]Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Uit de erfenis van haar ouders kon Magdalena 6875 gulden vorderen, waarover Oranje-Nassau 343 gulden aan rente betaalde, alsmede: 100 gulden aan jaarlijkse kosten tot haar huwelijk, en 200 gulden na haar huwelijk. Ze vorderde 4000 gulden aan huwelijksgeld, 1000 gulden aan bruidsschat, en 1500 gulden voor hoedkoorden, trouwring, koets en paard. Al deze gelden werden echter zeer traag uitbetaald en Magdalena zag zich genoodzaakt de Nassause raadsheren bijna voortdurend aan te manen om haar geld te krijgen. In het algemeen geeft haar leven een triest beeld van de interne verhoudingen van de kleine vorstenhuizen tijdens de Dertigjarige Oorlog – een beeld van verarming en hulpeloosheid. Citefout: Onjuist label <ref>; refs zonder naam moeten inhoud hebben

Het landgoed Grevenburg, weduwengoed van Magdalena. Schilderij van Alexander Duncker, 1857–1883.

Magdalena huwde in augustus 1631[74] met Bernhard Moritz Freiherr von Oeynhausen-Velmede[noot 6] (1602Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

In de zomer van 1634 stierf haar zwager Rab Arnd von Oeyhausen, aan wiens sterfbed zij stond, waardoor Magdalena de laatste mannelijke beschermheer werd ontnomen. Tegelijkertijd ontstonden de hevigste geschillen over het verkregen deel van Grevenburg, dat zowel door de gravin en haar schoonmoeder en schoonzusters, deze gesteund door hun beschermvrouwe, de gravin van Schaumburg, geboren gravin van Lippe-Varenholz, als ook Adam Arnd von Oeynhausen als volgende en rechtmatige opvolger van het leengoed in bezit werd genomen. Beide partijen wendden zich nu tot Simon Lodewijk van Lippe-Detmold, die via zijn moeder nauw verwant was met Magdalena, [75] maar die tevens leenheer van Grevenburg was. Ook landgraaf George II van Hessen-Darmstadt deed in mei 1635 een beroep op hem ten gunste van de erfgenamen van de inmiddels overleden Adam Arnd von Oeynhausen. [76]

Uit de brieven van Magdalena spreekt overal haar diepe liefde voor haar overleden echtgenoot, ‘mit dem sie nur sechs Monate zu Grevenburg gewohnt habe’ en in een vertrouwelijke brief aan Simon Lodewijk van Lippe-Detmold, waarschijnlijk gedateerd 20 november 1635, schrijft zij: ‘Ich bin so von ganzem Herzen betrübt, ich weiß mir keinen Rath mehr. Heute ist der unglückselige Tag der Jahrzeit, daß ich in den elenden Stand meiner Trübseligkeit getreten bin und mit dem, so ich in der Welt über Alles geliebet, alles meines Glückes und Wohlfahrt beraubet bin, und keinen andern Trost weiß ich zu finden, als in Glauben und Hoffnung zu leben, der liebe Gott werde uns in ewiger Freude wieder zusammenbringen’. Tegelijkertijd toonde Magdalena echter ook tegenover haar verwanten de beste wil om de geschilpunten in der minne te schikken en betreurde zij oprecht de dood van Adam Arnd von Oeynhausen in april 1635. Kort daarna, op 20 juni 1635, werd Grevenburg door de Zweden grondig geplunderd en werden Magdalena en haar nicht Louise van Waldeck-Wildungen [77] beroofd van al hun bezittingen. Voor de daaropvolgende jaren ontbreekt nadere informatie over haar. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> met Philipp Wilhelm Freiherr von Innhausen und Knyphausen (20 maart 1591 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Johan Frederik

Graaf Johan Frederik van Nassau-Siegen (10 februari 1597[72][noot 7][78][79][80] – 1597[72][noot 8]) was de zevende en jongste zoon van graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen en diens eerste echtgenote, gravin Magdalena van Waldeck-Wildungen.[59] Hij werd in 1598 begraven in de Evangelische Stadtkirche in Dillenburg.[81]

Willem Otto

Zie Willem Otto van Nassau-Siegen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Graaf Willem Otto van Nassau-Siegen (Slot Dillenburg,Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> }}) was de derde zoon van graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen en diens tweede echtgenote, hertogin Margaretha van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> onder hertog Bernhard van Saksen-Weimar. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Louise Christina

Gravin Louise Christina van Nassau-Siegen (Slot Siegen,[22] 8 oktober 1608[82]Château-Vilain bij Sirod (Jura), 29 december 1685Greg.[82][noot 9] Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> Uit dat huwelijk was één dochter geboren: Maria Magdalena van Limburg-Stirum. Die dochter was in 1646 gehuwd met Sophia Margaretha’s jongere broer Hendrik. [85] Het huwelijk van Sophia Margaretha en George Ernst bleef kinderloos, Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Sophia Margaretha werd eerst begraven in Kasteel Wisch in Terborg en op 17 juli 1669 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> herbegraven in de Fürstengruft te Siegen. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Maria Juliana

Gravin Maria Juliana van Nassau-Siegen (Slot Siegen, Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> [86] [87]Neuhaus an der Elbe, 21 januari 1665Jul. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> }}) was de derde dochter van graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen en diens tweede echtgenote, hertogin Margaretha van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Amalia

Gravin Amalia van Nassau-Siegen (Slot Siegen,[22] 2 september 1613[82][noot 10][89][90][91]Sulzbach, 24 augustus 1669Greg.[82][noot 11]) was de vierde dochter van graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen en diens tweede echtgenote, hertogin Margaretha van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg.[59]

Amalia huwde eerst in Alt-Stettin op 23 april 1636[82][noot 12] met Herman Wrangel af Salmis[noot 13] (in Lijfland, 29 juni 1587 – Riga, 11 december 1643[89][90]) en hertrouwde in Stockholm[82][89][90] op 27 maart 1649[82][noot 14] met paltsgraaf Christiaan August van Sulzbach (Sulzbach, 26 juli 1622 – aldaar, 23 april 1708[89][90]). Uit het eerste huwelijk werden zeven kinderen geborenCitefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> 18 november 1614 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> 16 juli 1616 Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> }} Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> Het huwelijk bleef kinderloos.

In 1642 ging Christiaan over naar het keizerlijke leger en werd kolonel van de kurassiers. Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Catharina

Gravin Catharina van Nassau-Siegen (Slot Siegen,[22][92] 1 augustus 1617[38] – Nassauischer Hof, Siegen,[92] 31 augustus 1645[93]) was de vijfde dochter van graaf Johan VII ‘de Middelste’ van Nassau-Siegen en diens tweede echtgenote, hertogin Margaretha van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg.[59]

Catharina bleef ongehuwd en woonde bij haar moeder in de Nassauischer Hof. Ze werd op 12/22 september 1645 begraven onder het koor van de Nicolaaskerk in Siegen.[92] Op 29 april 1690[92]Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Graaf Johan Ernst van Nassau-Siegen (1618-1639). Detail van een schilderij in het Stadhouderlijk Hof, Leeuwarden.

Johan Ernst (1618-1639)

Zie Johan Ernst van Nassau-Siegen (1618-1639) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Graaf Johan Ernst van Nassau-Siegen (Slot Siegen, Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref>

Elisabeth Juliana

Gravin Elisabeth Juliana van Nassau-Siegen (Slot Siegen,[22][94] 1 mei 1620Jul.Citefout: Na het label <ref> ontbreekt het afsluitende label </ref> herbegraven in de Fürstengruft te Siegen.[22][95][94]

Zie ook

Externe links

Portaal Nederlandse Overheidsheraldiek



Portaal Nederlandse overheidswapens

Onderdeel van:
Wiki Raamsdonk

Nederlandse heraldiek:

Overzeese heraldiek:
(Engelstalig)


  • Totaal aantal pagina's: 505
  • Waarvan afbeeldingen: 320

Nederlandse heraldische verzamelobjecten
(selectie)




Huis Brederode.

Zie de categorie [[commons:#mw-subcategories|]] van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.