Nicolaas IV van Tecklenburg

Uit Wiki Raamsdonk

1493: Graaf Nicolaus IV sluit vader op

Nikolaus III, graaf van Tecklenburg, bijgenaamd de Boze (Quade), trouwde in het jaar 1459 met gravin Mechtild (Metta) van Bergh ’s Herenbergh. Zij kregen een dochter Elisabeth en twee zonen, Otto en Nikolaus.

In 1493 klaagde de gravin dat ze sinds het jaar 1485 door haar man met hoon en beschimpingen van het hof was verdreven en verjaagd. De onverschilligheid van graaf Nikolaus strekte zich ook uit tot zijn zonen, om wie hij zich niet bekommerde.

De jongste van hen, Nikolaus IV, de latere werkgever van Alef Beckenbrock Kloppenborg, werd opgevoed in Düsseldorf en in de kastelen Hambach en Burg aan het hof van hertog Willem van Jülich-Berg (1455-1511), familie.

Voor de oudste zoon, Otto, was een geestelijke loopbaan gepland. Tijdens zijn studie in Mainz veranderde Otto echter van idee. Bisschop Konrad van Osnabrück hielp Otto bij zijn terugkeer in de wereldlijke stand. Hij had namelijk al een geschikte bruid in gedachten, zijn nicht. In het jaar 1492 werd te Minden het huwelijkscontract tussen Otto en Irmgard van Rietberg gesloten.

Broer Nikolaus, die had gehoopt de enige erfgenaam te worden was hier niet blij mee en besloot in te grijpen. In de nacht van 24-25 januari van het jaar 1493 beklom hij met enkele getrouwen kasteel Tecklenburg, haalde zijn vader uit bed en wierp hem in de kerker. Graaf Nikolaus III had eigenlijk geen reden om over een dergelijke behandeling te klagen, aangezien hij zelf op een vergelijkbare manier tegen zijn eigen vader (Otto VI) was opgetreden.

Broer Otto bevond zich tijdens de overval niet in het kasteel. Hij bracht de volgende maanden min of meer in ballingschap door, meestal in het ouderlijk huis van zijn vrouw in Rietberg.

Hoezeer Nikolaus zijn optreden tegen zijn vader ook probeerde te rechtvaardigen met een verwijzing naar het “grote ongeluk” van zijn moeder, moest hij al snel inzien dat hij de publieke opinie tegen zich had. Hij ging op zoek naar bondgenoten. Nikolaus stelde zich op 6 maart 1493 uitdrukkelijk onder de bescherming van de hertog Wilhelm von Jülich-Berg. Dit bracht de naburige vorsten echter tot een tegenreactie. Er ontstond een coalitie tussen de bisschoppen van Münster en Osnabrück en de graven van Oldenburg en Rietberg. Van 1 tot 7 juli 1493 probeerden ze tevergeefs het kasteel in te nemen. Omdat het kasteel niet kon worden veroverd, richtten de soldaten zich, zoals gebruikelijk, op het plunderen van het land. De weerloze inwoners van het graafschap vroegen de moeder van Nikolaus om hulp. Onder begeleiding van de ridder Goderd Ketteler, die handelde namens de hertog van Jülich-Berg, kwam ze nu naar Tecklenburg. Ze verweet haar zoon dat hij het einde van het kasteel, het land en de onderdanen veroorzaakte. Hij kon niet verwachten dat de hertog van Jülich-Berg hem te hulp zou schieten. Op 17 juli 1493 drongen ook het Domkapittel (de geestelijken) en de stad Osnabrück erop aan dat hij zijn vader uit de gevangenis zou vrijlaten. Dit dwong Nikolaus nu toch tot serieuze onderhandelingen, die onder bemiddeling van de hertog van Jülich-Berg in Hamm plaatsvonden.

Het officiële verdrag van Hamm op 24 augustus 1493 werd gesloten tussen graaf Nikolaus de Oudere aan de ene kant en zijn zoons Otto en Nikolaus aan de andere kant. Graaf Nikolaus III. deed afstand van de regering en gaf de beide broers het graafschap Tecklenburg en de heerschappij Rheda. Voor zichzelf en – nominaal – voor zijn vrouw behield hij alleen de heerschappij over het kasteel, de stad en het ambt Lingen. De twee broers oefenden gezamenlijk het bewind uit over het graafschap.

In juni 1496 stierf graaf Nikolaus III van Tecklenburg. Hierdoor werd het ambt Lingen weer verenigd met de rest van het graafschap Tecklenburg. Zijn erfgenaam was zijn oudste zoon Otto III. Otto werd heer over Tecklenburg en Rheda, terwijl Nikolaus IV het landgedeelte Lingen in bruikleen ontving voor zolang hij leeft.

De relatie tussen de broers was een tijdlang goed. Op 5 juli 1508 sloot Nicolaas echter een huwelijkscontract met gravin Eva van Nassau-Beilstein, waarin hij het bruikleen van Lingen aan haar en de eventuele kinderen doorgaf. Voor Otto was dit een alarmsignaal. Otto vreest problemen voor de erfenis van zijn eigen zoon.

Toen graaf Nicolaas op 3 augustus van het jaar 1508 in het klooster Schale verbleef, liet graaf Otto hem daar arresteren door Johannes Buck, de drost van Tecklenburg. Nikolaus IV werd nu zelf in een kerker opgesloten.

In naam van graaf Nikolaus richtte een vertrouweling uiteindelijk een smeekschrift aan de bisschop van Münster, hertog Erich van Saksen-Lauenburg. Juist deze bisschop, die tien jaar later de doodsvijand van graaf Nicolaas zou worden, zette zich op dat moment voor hem in. Tegen het einde van het jaar 1508 riep hij graaf Otto op om zijn broer aan hem over te dragen. Dan konden er onderhandelingen worden gevoerd. Nadat over dit voorstel in juni 1509 in Marienfeld was onderhandeld, kwam graaf Nicolaas na een jaar gevangenschap op 15 augustus 1509 weer vrij.

Ondanks alles trouwt Nicolaas IV in 1510 toch. In Lingen heerst grote angst voor wraak, maar graaf Otto besluit alleen tot een juridische strijd.

Gravin Eva schonk haar man twee dochters, maar zij leefden niet lang. Gravin Eva stierf al op jonge leeftijd, rond 1515. Hierdoor kwam de strijd tussen de twee broers ten einde. De prijs die graaf Nicolaas IV voor de vrede met zijn broer moest betalen, bestond erin dat hij instemde met de overdracht van de vier kerspelen (vergelijkbaar met parochies) Ibbenbüren, Recke, Mettingen en Brochterbeck.

Nicolaas IV heeft wel verschillende bastaardkinderen die volwassen worden. Zijn zoon Johan voerde later het leger aan en voert verscheidene missies uit samen met Alef Kloppenborg.





raamsdonkshistorie.nl
raamsdonkshistorie.nl