Na onze bevrijding - Het Klokje
Dat er reden was om zich hier na de bevrijding niet geheel veilig te voelen is op droevige wijze gebleken.
Het duitse geschut heeft onder de burgerbevolking nog het verlies van menig mensenleven veroorzaakt.
Op 4 november sneuvelde Broer van der Linden, een zoon van Trui van Raamsdonk, door een granaat die viel tussen het café Hof van Holland en het huis waar nu Sjaan een dochter van Leen Zijlmans woont.- Op de pastorie hoorden we onmiddellijk na de inslag een luid gekrijs en we zijn nog toegesneld om bijstand te bieden. Maar het mocht niet baten,-Broer was nagenoeg op slag dood.
In de Laan werd Simon Lankhuijzen, die bezig was zijn zwaar beschadigd dak te repareren dodelijk getroffen.
In de Molenstraat vielen Alida en Bertus Roosenbrand.
Op 8 december stierf in het ziekenhuis te Raamsdonksveer Andries de Bont.
Op 13 december klom de 12 jarige Sjef van Chiem Kuijsters op een van de twee bij hun huis achtergebleven duitse tanks. Het waren de tanks waarbinnen, weken lang na de bevrijding, nog de verkoolde lijken van een paar Duitsers te zien waren.
Sjef vond daar een fles fosfor welke hij in jeugdige overmoed tegen de tank kapot smeet met het gevolg dat hij zelf door het gemene goedje overstroomd werd dat afschuwelijke brandwonden veroorzaakte.-Onder hevige pijnen werd hij naar het ziekenhuis te Raamsdonksveer gebracht, waar hij kort daarop stierf.
Als “Raamsdonkse slachtoffers zouden we ‘ook nog kunnen noemen Adrianus en Antonia de Bot,-kinderen van de bij ons wonende Driek de Bot, die op 14 oktober 1944 bij een luchtaanval te Duisburg zijn omgekomen en Adrianus Oome, schipper, die op 7 september 1944 te Herentals door een Duitse wachtpost werd neergeschoten. Zijn vrouw en kinderen woonden in het huisje tussen Chiem de Bont en de kinderen Vissers in het Broek.
Veel later,-op 30 Mei werd de 16 jarige Marietje Joore die met haar fiets over een steen ten val kwam, door een Belgische legerwagen overreden.
Zo luidt de droevige ballans van verloren mensenlevens.
-Intussen raakten we hier welhaast gewend aan het leven in het frontgebied.-
Zo goed en zo kwaad als het kon trachtten we daarbij het gewone leven te doen doorgaan.
Ook het schoolonderwijs werd op gang gebracht, al beseften wij wel dat er gevaar aan verbonden was.-Maar aangezien het gevaar even goed dreigde als de kinderen thuis bleven, meenden we het daarvoor niet te moeten laten.-
We herinneren ons nog dat we aan de school een onderwijzer hadden uit Oosteind,-die het al te riskant vond om van daaruit naar Raamsdonk te komen.
Toen hij niet kwam opdagen zijn we zelf op de fiets gesprongen om hem te gaan overtuigen dat het gevaar niet zo groot was- en we slaagden er in hem weer naar Raamsdonk te doen komen.
Het gebied van de Werfkampen tussen Raamsdonk en de Maas was een soort niemandsland.-Zowel Duitse als Engelse en later Poolse patruilles doorkruisten het regelmatig.
Het gebeurde op 17 november dat Selmus Schoenmakers in de Werfkampen een wagen stroo ging opladen in gezelschap van Dré Rovers, Jan Broeders en Kees van Strien.
Ze vielen daar in een Duitse hinderlaag. Dré Rovers, Jan Broeders en Kees van Strien werden door de Duitsers
meegenomen naar de overkant van de Maas.
Bron digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp

