Mala Zimetbaum

Uit Wiki Raamsdonk
Mala Zimetbaum
Mala Zimetbaum
Algemene informatie
Geboortenaam Malka Zimetbaum
Geboren 26 januari 1918
Brzesko
Overleden 15 september 1944
Auschwitz
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Mala Zimetbaum (Brzesko, 26 januari 1918 - Auschwitz, 15 september 1944, officieel: Malke Zimetbaum) was een Antwerpse Jodin van Poolse herkomst.

Jeugd

Mala Zimetbaum was het zesde en jongste kind van Pinkas Zimetbaum en Chaya Schmalzer. In 1928 emigreerde het gezin van Polen naar België, waar het zich in Antwerpen vestigde.

Mala was een briljante student en mocht een klas overslaan, maar toen zij in 1932 klaar was met school, werd er van haar verwacht dat zij ging werken om mee het gezin te onderhouden - haar vader werd blind - in plaats van naar de vervolgschool te gaan.

Mala meldde zich aan voor een opleiding als naaister bij Maison Lilian, een modehuis bekend om zijn haute-couturekledij, en kreeg er een werkplek aangeboden. Na ruim acht jaar werd ze er ontslaan, maar snel vond ze nieuw werk en begin 1942 ging ze aan de slag op het secretariaat van de American Diamond Company. Wanneer de directie enkele maanden later, in april, besloot om naar de VS te emigreren als gevolg van de anti-joodse maatregelen in de diamantsector, sloeg Mala het aanbod om mee te gaan af. Hoogstwaarschijnlijk was het voor haar ondenkbaar om haar ouders achter te laten.

Deportatie naar Auschwitz

In juli 1942, waarschijnlijk de 22e,[1] werd Mala Zimetbaum gearresteerd bij een controlepost in Antwerpen-Centraal, nadat ze de trein van Brussel naar Antwerpen had genomen. Mala werd naar Fort Breendonk gebracht en kort daarna, op 27 juli 1942, aan het werk gezet bij de registratieprocedure in Dossinkazerne in Mechelen omwille van haar talenkennis.

Op 15 september 1942 werd Mala, geselecteerd voor Transport X, zelf naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd.

Mala sprak vloeiend Pools, Duits, Vlaams, Frans, Jiddisch en Engels, en was daardoor een bevoorrechte gevangene die mocht optreden als vertaalster en verbindingspersoon/bezorger van boodschappen tussen de kampleiding.

Vooral tijdens haar gevangenschap viel ze op als een bijzonder heldhaftige vrouw, die waar ze kon medegevangenen hielp (bv. door medicatie te bezorgen aan zieken) en velen gered heeft van een gang naar de gaskamers (bv. door nummers van medegevangenen die naar de gaskamers geleid zouden worden te veranderen).

Edek Galiński

Bestand:Edward Galinski (1926-1944).jpg
Edward (Edek) Galiński (1923-1944).

Edward Galiński (1923 - 1944), bijgenaamd Edek van niet-Joodse herkomst, werd geboren op 10 mei 1923 in Wieckowice, Polen. Hij werkte voor het Poolse leger in de strijd tegen de nazi's. Hij werd gearresteerd en met 728 andere politieke gevangenen op 14 juni 1940 gedeporteerd naar Auschwitz, waar Mala hem leerde kennen.

Ontsnapping en executie

In 24 juni 1944 ontsnapten Mala en Edek uit Auschwitz.[1] Ze werden echter na een paar weken, waarschijnlijk op 6 juli,[1] opnieuw opgepakt, volgens sommige bronnen bij een grensovergang in de bergen, volgens andere tijdens het kopen van een brood in de naburige stad. Ondanks folteringen kwamen de beulen de namen van gevangenen die bij de ontsnapping geholpen hadden niet te weten. Edek en Mala zouden terechtgesteld worden. De executie aan de galg was door de SS geënsceneerd: om een voorbeeld te stellen, in de hoop het toenemend aantal vluchtpogingen in te dijken, moest hiervoor het voltallig kamp aantreden. Er zijn dus veel getuigen van Mala's en Edeks einde op 15 september 1944, respectievelijk in het vrouwen- en mannenkamp.

Mala en Edek hadden zich voorgenomen om zich niet te laten vermoorden door de kampleiding. Tijdens het openingswoord van haar executie, haalde Mala plots een scheermes boven, waarmee ze in haar pols sneed. Johann Ruiters, Unterscharführer verantwoordelijk voor de werkverdeling in het kamp, greep haar bij de arm waarop Mala hem met haar bebloede hand in zijn gezicht sloeg. Ze riep: "Moordenaars, jullie zullen snel voor jullie daden boeten", waarna ze zich tot de vrouwen richtte: "Mijn zusters, wees niet bang! Hun einde is nabij. Ik ben er heel zeker van." Mala werd naar de ziekenboeg gebracht en vervolgens naar het crematorium. Er zijn verschillende versies van wat er daarna gebeurde en hoe zij om het leven kwam.

Mala Zimetbaum liet een grote indruk na op vele gevangenen die, doordat deze gebeurtenissen zich tamelijk laat in de oorlog hebben afgespeeld, veelal hebben overleefd; vandaar het groot aantal getuigenissen. De oorvijg was niet enkel een vernedering voor de kampleiding, maar een daad van verzet en vastbeslotenheid om niet op te geven, waar de andere vrouwen moed uit putten.

Literatuur

Bestand:Woonhuis Zimetbaum.jpg
Woonhuis van Mala Zimetbaum in de Marinisstraat nr. 7, Borgerhout-Antwerpen.

Na de oorlog zijn diverse films en boeken over haar uitgebracht.

  • Barbara Beuys, Mala Zimetbaum. Heldin van Auschwitz. 2024. Manteau.
  • Israel Gutman, Mala Zimetbaum, in: Enzyklopädie des Holocaust, Bd. 3, München 1995.
  • Gérard Huber, Mala. Une femme juive héroique dans le camp d'Auschwitz-Birkenau, Parijs 2006.
  • Hermann Langbein, Menschen in Auschwitz, Frankfurt aan de Main. 1980. ISBN 3-548-33014-2
  • Jürgen Serke, Die Gesichter von Auschwitz, in: Cicero-Magazin, Mei 2005, S. 66 ff.
  • Lorenz Sichelschmidt, Mala. Ein Leben und eine Liebe in Auschwitz, Bremen 1995.

Antwerpen

In 2019 bracht straatkunstenaar Joachim Lambrechts een muurschildering van Zimetbaum aan in de Montensstraat te Borgerhout-Antwerpen. Ze woonde in de nabijgelegen Marinisstraat, op nr. 7.[2]

Externe links

Zie de categorie [[commons:#mw-subcategories|]] van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.