Kroondomein Het Loo

Uit Wiki Raamsdonk
Verboden toegang - Kroondomein Het Loo
Verboden toegang - Kroondomein Het Loo

De Staat de lasten, de Oranjes de lusten


De jonge koningin Wilhelmina ontpopte zich als een groot liefhebber van het Veluwse natuurschoon. Haar landgoed Kroondomein Het Loo lag haar na aan het hart. In het eerste decennium van de twintigste eeuw kocht ze veel grond aan zodat haar landgoed fors in omvang toenam. Haar man, prins Hendrik, was dol op jagen, wat hij naar hartenlust op het Kroondomein kon doen. Wilhelmina hield niet van de jacht. Ze prefereerde rust en stilte.

Of het uit liefde voor de natuur was of uit eigenbelang valt niet meer na te gaan, maar Wilhelmina was een hardnekkig tegenstander van de aanleg van grote, doorgaande wegen in haar omgeving. Al even stug was haar verzet tegen de komst van een opvangkamp voor joodse vluchtelingen uit Duitsland, die de wijk hadden genomen voor het Hitlerregime.

Vluchteling zijn is natuurlijk heel erg, maar ze en masse in de buurt van je paleis hebben rondlopen, is ook geen pretje. Dus verrees het kamp, onder druk van Wilhelmina, veilig ver weg van Apeldoorn bij het Drentse Westerbork.

Het liefst zou Wilhelmina haar grondbezit op de Veluwe hebben veranderd in een groot natuurreservaat. Ze vond het jammer als het gebied versnipperd zou raken over erfgenamen van komende generaties. Omdat het juridisch lastig was haar landerijen als één aaneengesloten geheel te laten voortbestaan, besloot ze tegen het eind van haar leven haar bezit aan de staat te ‘schenken’. Alleen het exploitatierecht bleef, net als bij het oorspronkelijke domein het geval was geweest, bij haar en haar erven. Zo voorkwam ze niet alleen versnippering, maar zorgde ze er ook voor dat het geheel als bijzonder kroondomein werd overgedragen ‘aan de opvolgende kroondragende leden van de dynastie.’ En ze bespaarde heel veel geld.

Het ANP berichtte destijds dat als gevolg van de schenking ‘een complex landerijen van ruim 6730 hectare met ongeveer 75 boerderijen, woningen en andere gebouwen één geheel blijft. Het gevaar van versnippering is door het besluit van de prinses uitgesloten. De minister van financiën heeft bij de Tweede Kamer een wetsontwerp aanhangig gemaakt tot het treffen van de wettelijke voorzieningen die door de schenking nodig zijn geworden.’

De regering had het geschenk – zoals het hoort – met ‘eerbiedige dankbaarheid’ aanvaard. Maar de ‘Hoge Schenkster’, zoals de gulle gever vol ontzag werd genoemd, had wel zo haar voorwaarden gesteld. Zij en haar erfgenamen bleven over alle inkomsten van het domein beschikken, inclusief het genot van de jacht. Bovendien had de staat zich bij de aanvaarding verplicht om, mocht de monarchie ophouden te bestaan, het geheel aan Wilhelmina’s dan levende erfgenamen over te dragen, dan wel de waarde van het Kroondomein te vergoeden, uiteraard vermeerderd met de wettelijke rente. Het was een handige én uitermate voordelige zet van de oude koningin. De staat de lasten, zij de lusten

Wat er tegenover stond, is minder gemakkelijk aan te geven. De financiële verhouding tussen het koninklijk huis en de staat is al ruim tweehonderd jaar een hoogst delicate kwestie. Het was (en is) een onderwerp dat ministers maar het liefste mijden. Als het al eens ter sprake kwam, was dat noodgedwongen vanwege bepaalde wetgeving en dan gebeurde dat nog met ‘eerbied en schroomvalligheid’. In 1849 weigerde de regering de Kamer zelfs mededelingen te doen over de inkomsten uit de kroondomeinen, omdat de waardigheid van het koningschap eronder zou lijden. Ruim een halve eeuw later was er op dat punt nog niets noemenswaardigs veranderd. Een Tweede Kamerlid dat zich aan het onderwerp ‘Oranje en geld’ waagde, laadde al gauw de verdenking op zich geen eerbied te hebben voor ‘hooge personen’. Nog steeds is het onderwerp min of meer taboe, al willen sommige media tegenwoordig met behulp van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) wel eens een onderzoek opstarten naar een of andere kwestie rondom de Oranjes. Vrijwel altijd gaat die over geld.

Formeel draagt het Huis van Oranje de kosten en lasten die op het domein drukken, maar in de praktijk is dat allerminst het geval. Het domein wordt beheerd door een rentmeester. Hij wordt benoemd en ontslagen door de regerende Oranje en bijgestaan door een Raad van Beheer die eveneens door de kroondrager wordt benoemd en ontslagen. De rentmeester is verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van het eigenlijke kroondomein. Hij gaat over het beheer van de bossen, zorgt voor het onderhoud van de opstallen en het innen van huren en pachten. Dat kan hij natuurlijk niet in zijn eentje, wat de vraag oproept of de kosten van het benodigde personeel voor de Oranjes niet uit de hand lopen. Dat valt reuze mee. Voor het aanvullend personeel toucheert het staatshoofd een vergoeding. Bovendien kan hij zich voorts beroepen op allerlei subsidieregelingen.

De overige beheerskosten van Wilhelmina’s ‘schenking’ kunnen op grond van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis bij de overheid worden gedeclareerd. Van die regeling maken de Oranjes met veel enthousiasme gebruik. In de praktijk betaalt het Rijk geheel of grotendeels de kosten van flora- en faunabeheer en het onderhoud van de wegen. Hoewel de natuurliefhebber wel enigszins tegemoet moet worden gekomen, beslist de koning – als particulier vruchtgebruiker – over de openstelling van het Veluwse landgoed.

Onderdanen zijn welkom, maar het grootste deel van het kroondomein is tussen 15 september en 25 december gesloten. In die periode wil koning Willem-Alexander met zijn gasten er ongestoord kunnen jagen, net als in vroeger jaren prins Bernhard en prins Hendrik dat deden. De koning verdedigt zijn jachtgedrag met een doorzichtige smoes. De periode zou bedoeld zijn om het wild rust te gunnen. Voor het deel van het kroondomein dat wel het gehele jaar voor het publiek toegankelijk is, krijgt de koning een extra subsidie.

De Koninklijke Houtvesterij praktiseerde jarenlang een ‘natuurvolgend bosbeheer’ dat niet bij iedereen in goede aarde valt. Een in bossen gespecialiseerde bioloog vond het beheer van het Kroondomein ‘uiterst schadelijk’, omdat de oudste eiken worden omgehakt. Aldus sneeft zoetjesaan ons enig werkelijk oude bos met woudreuzen van soms wel 250 jaar oud. In de buurt van de Echoput zijn ze intussen allemaal al verdwenen.

Zou Wilhelmina zich in haar graf omdraaien als ze wist hoe delen van ‘haar’ bos worden gekapt? Haar kleindochter Beatrix, onder wie dat kappen plaats vond, scheen het allemaal niet te kunnen schelen. En waarom ook? Want mocht ooit de republiek uitbreken, dan wacht de Oranjes – dankzij enerzijds Wilhelmina’s meesterzet en anderzijds de generositeit en gedweeheid van de Nederlandse staat jegens de koninklijke familie – een mooie toekomst als grootgrondbezitter. De Wet op het Kroondomein werd in 1959, enkele jaren voor Wilhelmina’s dood (1962), ingevoerd.


Bron, digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp


Kroondomein Het Loo
Natuurgebied
Kroondomein Het Loo (Gelderland)
Kroondomein Het Loo
Situering
Land Vlag van Nederland Nederland
Coördinaten 52° 14′ NB, 5° 56′ OL
Informatie
Oppervlakte 104 km²
Foto's
Peter Gerritsboompje
Peter Gerritsboompje
Paleistuin Het Loo
"Hooge Duvel", jachtopzienerswoning

Kroondomein Het Loo is een landgoed op de Veluwe, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het is het grootste landgoed van Nederland en omvat ongeveer 10.400 hectare. Het kroondomein strekt zich uit ten noordwesten van de stad Apeldoorn. In het Aardhuis bij Hoog-Soeren, een voormalig jachtchalet van het Koninklijk Huis, is een bezoekerscentrum annex wildpark ingericht.

Gebieden

Kroondomein Het Loo beslaat circa 10.350 hectare en bestaat uit drie gebieden:[1]

  1. 'Staatsdomein bij Het Loo afdeling Paleispark': het Paleispark inclusief Paleis Het Loo, kasteel Het Oude Loo en de tuinen (650 hectare).[1]
  2. 'Staatsdomein bij Het Loo afdeling Hoog Soeren': circa 3000 hectare.[1] De boswachterij Hoog Soeren valt hiermee samen en al het gebied van Het Loo ten zuiden van de Amersfoortseweg plus de Soerense Heide en een klein aangrenzend stuk bos ten noorden van de Amersfoortseweg vallen hieronder.
  3. Het 'eigenlijke Kroondomein': circa 6700 hectare. Dit bestaat uit de boswachterij Uddel en de boswachterij Gortel.

Staatsdomein bij Het Loo afdeling Hoog Soeren en het eigenlijke Kroondomein Het Loo (oftewel de drie boswachterijen Hoog Soeren, Uddel en Gortel) worden tezamen aangeduid als de Koninklijke Houtvesterij Het Loo met een gezamenlijke oppervlakte van bijna 9700 hectare. Het landgoed bevindt zich hoofdzakelijk in de gemeente Apeldoorn maar deels ook in de gemeenten Nunspeet en Epe.

Qua grondgebruik is het gebied als volgt verdeeld:

Beheer

Voor een doeltreffend beheer en om onnodige versnippering van het gebied te voorkomen, wordt Kroondomein Het Loo als eenheid beheerd. Aan het hoofd staat dezelfde rentmeester die door de Kroondrager is benoemd voor het eigenlijke Kroondomein. Sinds juni 2012 is dit Arno Willems, voormalig directeur bij Landschapsbeheer Nederland.

Eigendom

De Staatsdomeinen zijn eigendom van de Staat der Nederlanden. De Staat wordt hierbij vertegenwoordigd door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voorheen werd de Staat der Nederlanden hierbij juridisch vertegenwoordigd door achtereenvolgens de Dienst Domeinen en het Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf van het Ministerie van Financiën, en economisch door de Rijksgebouwendienst van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf en de Rijksgebouwendienst zijn met de Dienst Vastgoed Defensie (DVD) en de directie Rijksvastgoed in 2014 opgegaan in het Rijksvastgoedbedrijf.

Het 'eigenlijke Kroondomein' is eveneens in eigendom van de Staat der Nederlanden, maar met gebruiksrecht voor de kroon, neerkomend op leden van het koninklijk huis.[1] Koningin Wilhelmina heeft in 1959 het eigenlijke kroondomein Het Loo (6.750 hectare) nabij Apeldoorn aan de Staat gegeven. De opbrengst (bosbouw) en het gebruik (jacht) bleef echter bij de Oranjes. Wilhelmina bedong dat de Oranjes het kroondomein terugkrijgen als ze geen kroondrager meer zijn, bijvoorbeeld als de monarchie wordt afgeschaft.

Het Paleispark, 1205 hectare van het eigenlijke Kroondomein en circa 600 hectare van afdeling Hoog Soeren zijn het gehele jaar geopend voor het publiek.[1]

Jachtrecht

De Kroondrager heeft jachtrecht in de gehele Koninklijke Houtvesterij Het Loo, waardoor circa 5500 hectare van het eigenlijke Kroondomein Het Loo en 2400 hectare van afdeling Hoog Soeren tijdens het jachtseizoen (van 15 september tot en met 25 december) afgesloten zijn voor het publiek.[1][2] Dit is in april 2021 (na kritiek[3] en in antwoord op vragen vanuit de Tweede Kamer) opgehelderd door Landbouwminister Schouten als vereist voor de persoonlijke levenssfeer van koning Willem-Alexander, die gedurende de jachtmaanden het alleenrecht op betreding heeft met oog op de jacht door hem en zijn vrienden.[4] In september 2021 bleek dat de koning geen recht had op subsidie als hij het jachtgebied van Het Loo ieder jaar tijdens het jachtseizoen afsluit voor het publiek, omdat het volgens de subsidieregels openbaar toegankelijk moet zijn. Indien hij dat toch zou blijven doen, zou hij de vijfjaarlijkse subsidie à 4,7 miljoen euro (gemiddeld 0,94 miljoen per jaar) vanaf 2022 verliezen, liet Minister Schouten de Tweede Kamer weten na parlementaire vragen en maatschappelijke ophef.[5]

Op 26 november 2021 werd bekendgemaakt dat Koning Willem-Alexander een subsidieaanvraag had ingediend voor het natuurbeheer van Kroondomein Het Loo, voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2027. Hij zag echter af van de subsidie die hem zou verplichten een groot deel van het domein veel ruimer open te stellen voor het publiek.[6] Toch bleek op 13 juni 2022 dat Willem-Alexander 4,5 miljoen euro aan subsidie zou ontvangen voor het deel van het Kroondomein dat het hele jaar open blijft (minder dan de helft), terwijl hij oorspronkelijk voor het gehele gebied 4,8 miljoen euro zou ontvangen. Het feit dat de koning voor een veel kleiner gebied bijna evenveel subsidie zou ontvangen werd door Minister voor Natuur en Stikstof Christianne van der Wal verklaard door 'enorm gestegen vergoedingen en inflatiecorrectie'.[7]

Externe links