Familie Hakkert
In 1821 werd bepaald dat de joden die eventueel woonachtig waren in Waalwijk, Baardwijk, Besoyen, Sprang, Waspik en Raamsdonk in Capelle ter synagoge behoorden te gaan. Rond die tijd had zich de leviet*) Philip Hakkert (1859 – 1934) van beroep slachter in de gemeente ’s Grevelduin-Capelle gevestigd. Hij stelde een kamer in zijn huis aan de Dorpskom ter beschikking voor het houden van diensten en zou vele jaren de functie van godsdienstleraar vervullen. Tot 1868 werd melding gemaakt van een 'bijkerk' te Capelle.
De familie Hakkert vormde de kern van deze gemeente.
De families Koperberg, Kalker en Hakkert waren door zowel familiebanden als zakelijke connecties met elkaar verbonden. Dit stond borg voor een zekere eensgezindheid. Alle zaken werden onderling en met wederzijds vertrouwen geregeld.

Elisabeth (roepnaam Betsy) Hakkert, geboren in ’s Grevelduin-capelle op 2 december 1862 als kleindochter van Philip Hakkert en dochter van Heijman Hakkert en Aaltje van Leeuwen, komt op 58-jarige leeftijd in Raamsdonksveer wonen en enkele jaren later in Geertruidenberg, waar ze haar hele leven zal blijven wonen tot aan het moment dat ze gedeporteerd wordt. Ze blijft ongehuwd.
Op 9 april 1943 vertrekken tien joodse inwoners van Geertruidenberg – daartoe uiteraard gedwongen – met de trein naar Kamp Vught (Konzentrationslager Herzogenbusch) met niet meer dan wat schamele, persoonlijke bezittingen. Ze keren nooit meer terug. De meesten van hen waren op leeftijd. Onder hen was de 81-jarige Betsy Hakkert. Zij lag al maanden in het ziekenhuis van Geertruidenberg.
Zij moest onmiddellijk doorreizen naar doorgangskamp Westerbork, het voorportaal van de massavernietiging en is later op 23 april 1943 vermoord in Sobibor. Een Stolperstein voor het pand Papenstraat 2, waar ze het laatst woonde, herinnert hieraan.

De in Geertruidenberg wonende Henrij Kooperberg zocht een vrouw en het was dan ook vanzelfsprekend om in zijn eigen vertrouwde kring te zoeken. Hij vond Jenneke Hakkert, zus van Betsy, in ’s Grevelduin-Capelle. Ze trouwen op 29 maart 1905 en verhuizen naar Geertruidenberg. Henrij is dan 53 jaar oud en Jenneke 36. Samen krijgen ze twee dochters en een zoon. Jenneke is in de kleine joodse gemeenschap van Geertruidenberg actief binnen de damesvereniging die voor het interieur van de synagoge zorgt. Haar functie is penningmeester van deze vereniging.
In 1919 verhuizen Henrij en Jenneke met hun kinderen naar de Keizersdijk te Raamsdonksveer, waar ze de manufacturenwinkel die Henrij geërfd heeft van zijn broer Philip, gaan beginnen. Als haar man is overleden blijft Jenneke zeer succesvol de winkel beheren tot in 1936, waarna ze naar Ommen verhuist waar ook haar kinderen in de buurt wonen. Ze wordt van daaruit samen met haar twee dochters en hun gezinnen gedeporteerd naar Sobibor, alwaar ze op 23 november 1942 worden vermoord.
Levieten of de stam van Levi was een van de twaalf stammen van Israël.
Bron, Digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp

