Slik (afdichtmateriaal)
Slik (ook: slick, sliksel of kachelslik) was een traditioneel, huisgemaakt afdichtmateriaal dat in Nederland en België werd gebruikt bij kolenkachels. Het diende om naden, kieren en pijpverbindingen van gietijzeren kachels luchtdicht te maken, zodat warmteverlies werd beperkt en de verbranding efficiënter en veiliger verliep. Het materiaal werd vooral toegepast tussen circa 1850 en 1960, toen kolen de belangrijkste brandstof voor huishoudelijke verwarming vormden.
Etymologie
De term slik is verwant aan woorden voor natte, plastische aarde of modder. In Limburg en aangrenzende mijnstreken kwam de variant slick voor, mogelijk beïnvloed door dialect of door de vettige structuur van het materiaal. In Vlaanderen werd soms de benaming leemsel of kachelspecie gebruikt.
Functie
Gietijzeren kolenkachels bestonden uit meerdere platen die door uitzetting en krimp kleine openingen konden vertonen. Via deze kieren ontsnapte warmte en kon rook in de kamer terechtkomen. Door slik aan te brengen rond de kacheldeur, langs naden en bij pijpverbindingen werd de kachel beter afgesloten. Dit resulteerde in een gelijkmatige verbranding, een betere regulering van de trek en een langere brandduur van de kolen. Het materiaal droeg tevens bij aan de veiligheid doordat rooklekkage werd verminderd.
Samenstelling
De samenstelling van slik varieerde per regio en huishouden, maar de basis bestond vrijwel altijd uit klei of leem die met water tot een kneedbare massa werd verwerkt. In veel huishoudens werd as toegevoegd om het mengsel steviger en hittebestendiger te maken. Soms werd kolengruis gebruikt, wat het materiaal donkerder en compacter maakte. In de mijnstreek bestond een alternatieve variant waarin teerachtige resten werden verwerkt, wat een vettiger substantie opleverde.
Bereiding
De bereiding vond doorgaans thuis plaats. Klei of leem werd verzameld uit de tuin, uit slootkanten of van nabijgelegen bouwplaatsen. Het materiaal werd fijngewreven en gemengd met kleine hoeveelheden water totdat een plastische massa ontstond. Wanneer as of kolengruis werd toegevoegd, werd dit zorgvuldig door het mengsel gekneed. Het eindproduct had de consistentie van stevige klei of stopverf en kon met de hand worden gevormd.
Toepassing
Slik werd aangebracht wanneer de kachel koud was. Het materiaal werd met de vingers of met een plamuurmes in smalle stroken tegen naden en kieren gedrukt. Rond de kacheldeur werd vaak een dikkere rand aangebracht om rooklekkage te voorkomen. Bij pijpverbindingen werd slik rondom de aansluiting gesmeerd om de verbinding luchtdicht te maken. Na droging vormde het materiaal een harde, hittebestendige afdichting die gedurende langere tijd kon blijven zitten. Het aanbrengen van slik was in veel huishoudens een terugkerende taak, vooral in de wintermaanden.
Regionale varianten
In de Randstad en op de Utrechtse Heuvelrug werd vooral lichte, klei‑gebaseerde slik gebruikt, vaak gemengd met as. In Limburg en de Belgische mijnstreek kwam een donkere, vettige variant voor die door de aanwezigheid van teerachtige stoffen beter bestand was tegen hoge temperaturen. In Vlaanderen werd het materiaal soms aangeduid als leemsel of kachelspecie, waarbij de nadruk lag op het gebruik van lokaal gewonnen leem.
Verdwijning
Het gebruik van slik nam af met de komst van gaskachels, centrale verwarming en moderne houtkachels die luchtdicht zijn geconstrueerd. Industriële afdichtmiddelen zoals hittebestendige siliconenkit maakten het traditionele materiaal overbodig. Tegen het einde van de 20e eeuw was slik vrijwel geheel verdwenen uit de huishoudelijke praktijk, al wordt het nog incidenteel toegepast bij restauraties van historische kachels of in museale contexten.
Literatuur
- J. van der Poel, Huishoudtechniek in Nederland 1850–1950, Amsterdam University Press, 1998.
- P. van der Steen, Warmte in huis: de geschiedenis van kachels en haarden, Uitgeverij Waanders, 2004.
- Nederlands Openluchtmuseum (red.), Kolen, kachels en ketels: verwarming in Nederland, Arnhem, 2011.
- K. De Smet, Leem en leemtechnieken in de Lage Landen, Leuven University Press, 2007.
- J. van der Drift, De kolenkachel: techniek en gebruik, Stichting Industrieel Erfgoed Nederland, 1995.
Bronnen
- De kachel moet dicht zijn – Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 12 november 1923
- Afdichten van kachelpijpen – De Maasbode', 14 oktober 1927
- Huishoudelijke wenken: De kolenkachel – De Telegraaf, 3 januari 1931
- Kachels en hun onderhoud – Nieuwsblad van het Noorden, 18 oktober 1938
- Wintertips voor het huishouden – Het Vaderland, 7 december 1940
- Goedkope kachelreparatie – Limburgsch Dagblad, 22 februari 1952
