Jan de Kobboi

Uit Wiki Raamsdonk
(Doorverwezen vanaf Jan de Kobboy)
Jan de Kobboi
Jan de Kobboi
Jan de Kobboi
Jan de Kobboi

DE KOBBOI

'Wij komen uit Raamsdonk. Daar hebben we heel veel dingen nie, maar één ding hebben wij wel wat verder niemand heeft. Wij hebben nog een echte Cowboy in ons dorp. Dit liedje spelen wij voor hum. Den deze is voor Jan de Kobboi. Luster mar'.

Elke keer als wij met de Chouffelèèrs optreden en het liedje Ghostriders In The Sky dient zich aan kondig ik deze als bovenstaand aan. De eerste regel van het liedje luidt niet voor niks

'An old Cowboy went riding on a dark and windy day'.

Waar wij dan ook in den landen mogen spelen; op deze manier is de Kobboi er altijd bij. Want als er één ding is wat voor de Kobboi geldt is dat hij er altijd bij moet zijn daar waar het te doen is. Of ie nou frikandellen moet bakken bij het schuurfeest van de KPJ, de auto's moet parkeren als er iets in de Swamp Studio te doen is of pastoor moet spelen bij de inzegening van de carnaval: Jan is erbij.

Hij is een echte klassieke dorpsman. Zo één die men echt nog kent van zijn bijnaam. Als je hier vraagt naar Jan de Bont zal je zien dat men hard na moet denken wie je bedoelt. Vraag je naar de Kobboi zal er bij nagenoeg elke Raamsdonker een glimlach verschijnen.

'Aaaah de Kobboi. Ja. Dè's ne mooie!'.

Als je bij ons in het dorp vraagt naar Jan de Kobboi weet iedereen over wie je het hebt. Over Jan de Kobboi natuurlijk.

Als echte dorpsman word je ook mede groot gemaakt door de verhalen die er over je rondgaan. In het geval van Jan zijn er dat nogal wat. Ik ben zelf opgegroeid met de verhalen over Jan zijn moeder Janske. Die had een kenmerkende manier van praten en kwam vroeger bij ons opa en oma aardappelen halen.

'De Correbont (Cor de Bont) zee gaode gij es gauw naor Pietesuurre (Piet Verschuren) om daar van die lekkere errrepel te halen'.

En:

'Marrrie hedde't al gehoord van onze cowboy? Die is weer druk aan het trrrainen veurrr de krruipwedstrijd'.

Met name de -rrr liet ze smakelijk rollen.

Het zijn slechts twee annekedotes uit een boek van meer dan duuzend verhalen. Jan ligt nu in het ziekenhuis en is uitbehandeld. Uitzaaiingen overal. Via dochter Priscilla vroeg hij mij of ik een verhaaltje over hem kon schrijven. Dat is haast een onmogelijke taak. Op lokaal niveau is Jan een icoon. Het is alsof je de vraag krijgt om een verhaaltje te schrijven over de grappen van André van Duin. De doelpunten van Johan Cruijff. De liedjes van André Hazes of de schilderijen van Vincent van Gogh.

Een ware dorpsman onderscheidt zich doordat elke dorpsgenoot je een ander verhaal over hem zal vertellen. Onze wijlen frietboer Corné de Groot zou je vertellen dat er vroeger maar weinig zo konden voetballen als de Kobboi.

'Mar hij was zo bang as ne witwezel'.

Mijn vriend Thomas van der Pluijm zal je vertellen over die keer dat ie tijdens het vissen ineens een stem achter de struiken hoorde.

'Jaaaah kom mar es bij Jantjes. Jaaaah kemp! Kemp dè hebben ze gèère. Dan worre de vissen helemaal hipsiedipsie'.

Vraag de jongens van VV Raamsdonk 7 naar de Kobboi en zij zullen vertellen hoe zij tijdens een wedstrijd scheidsrechter Jan eens hoorden fluiten voor buitenspel maar hem niet zagen omdat hij achter de dug-out in de struiken stond te piesen.

Sowieso waren de zondagen dat Jan ons elftal moest fluiten een feest. Dan begon hij het praatje voor de wedstrijd met de woorden 'Ik ben Jan en ik ben hier de baas'. Waarna wij meestal vanuit de dug-out riepen 'Schei toch uit joh! Gij bent thuis nog nie de baas!'. Als hij ons dan op kenmerkende wijze uitmaakte voor 'stelletje kutjong' kon het voetbalfeest beginnen. Eén keer floot hij ons op de laarzen. 'Jaah prins Bernhard hèt regen voorspeld' was zijn logische beredenering.

De Kobboi was een echte voetbaljongen. Toen de ploeg van 'onze Ricardo' kampioen kon worden was Jan de hele week voorafgaand bezig met het organiseren van de festiviteiten. Van de platte kar, het eten en drinken tot de muziek: de hele wereld moest het weten.

Toen ons 1e nog weleens meedeed om de prijzen en wij ook uitwedstrijdjes meepikten kwam je hem overal tegen. Of het nou in Rijsbergen, Sprundel, Breda of Dordrecht was: altijd was Jan van de partij en bijna altijd vergezeld door zijn maot Corné de Groot. Het deed hem zichtbaar pijn om zijn vriend zo te moeten zien aftakelen. Eén van de laatste keren dat ze samen bij de voetbal waren zat Jan te huilen aan den bak van de kantine omdat Corné zo verzwakt was dat hij de auto niet meer uit kon komen en gezeten op het parkeerterrein de wedstrijd van het 1e moest volgen.

Waar Jan ook was; de kletspraat bleek nooit ver weg. Zo vertelde hij ooit dat hij met Ria naar Texel was geweest. 'Jaah Maxke. Daar lagen ze mooi op de kant te kijken die kikvorsmannen'. Geen idee wat hij bedoelde met kikvorsmannen maar ik zag het levendig voor me. Ook typisch Jan: hij noemde mij nooit bij mijn naam maar altijd wist ik wie hij bedoelde met Maxke, Maxie Boddie, Boddie Baddie of Alexander Curly.

Jan is een echte scharrelèèr. Altijd in de weer met vanalles en nog wat. Errepel en juin rapen die bij de boeren op het land waren blijven liggen. Kijken bij Koopmans op de werft of er geen spulletjes lagen voor de rommelmarkt. En meest typerend: bij mensen met een grote voortuin takjes, besjes en blaadjes wegknippen om deze later in de vorm van een kerststukje aan dezelfde mensen te koop aan te bieden.

In de carnavalsperiode kwam hij tot volle bloei. Van november tot maart woonde hij bij Johnnekes in de kantine. En daar in die kantine bij CV de Daltons was hij op z'n best. Duizenden liters koffie heeft hij gezet en bijna altijd hadtie er wel iets bij. Taart, gebak, worstenbrood of een gewoon koekske. Ook de bezoekende kindjes kwamen niks te kort. Altijd was er snoep of stukskes kwatta en vaak ging de frietpan aan. En waren de kroketten te lang blijven liggen dan serveerde hij deze als speciale kroketten 'mee een open ruggeske'.

Al zolang ik weet doet hij mee aan de optocht. Eerst met De Schaans. Voor zover ik weet meestal als wagenbegeleider. Met een walkietalkie praatte hij dan Frits Mureau door de optocht. Ook toen de wagens kleiner werden en het formaat bakfiets maar amper ontstegen.

Letterlijk en figuurlijk hoogtepunt voor Jan was de wagen van de Daltons in 2020. Zij hadden hem nagebouwd en in het nagenoeg kleurloze decor van Het Land Van Knoord torende hij kleurrijk overal bovenuit. De gelijkenis was angstaanjagend goed en hij was zo trots als een hond mee 7 stèèrten. De optocht op zaterdag werd afgelast door de storm. Zodoende deden de Daltons hun show bij Johnnekes op het terrein. Toen de optocht dinsdags werd ingehaald en de wijde regio hier meereed torende Prins Jan overal bovenuit.

In de grootste optocht ooit ever was onze Kobboi het stralende hoog(s)tepunt. Een dorpsman bij uitstek in het hart van het mooiste dorp van de wèèreld.

Mooier als toen zal het zomaar niet meer worden......

Bron: Marcel Timmermans



Digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp

raamsdonkshistorie.nl
raamsdonkshistorie.nl