Het Huis Oranje-Nassau: een dynastie van overlevers
Inleiding
Het was een goed idee van de organisatoren van het 47ste Kempisch congres om te kiezen voor de adel in de Kempen. [1] Over dit onderwerp zijn namelijk nog maar weinig synthetische studies verschenen, wel zijn er veel boeken en artikelen geschreven over bepaalde kastelen en geslachten.
Wat echter ontbreekt is de synthese. Zo missen we node een studie over de lage adel in de Meierij van 's-Hertogenbosch of over het gegeven dat de lage adel in het noordwesten van het hertogdom Brabant al in de dertiende eeuw aan het verdwijnen is.
Dit artikel gaat over een bijzonder adellijk geslacht dat zijn stamslot had in het noordwesten van de Kempen, de Nassaus, later het Huis Oranje-Nassau. Bij het horen van de namen koning Willem-Alexander en prinses Beatrix zal niet iedereen meteen denken aan adel in de de Kempen. Toch draagt het Nederlandse staatshoofd als een van haar titels die van baron van Breda. Hij stamt immers af van Engelbrecht I van Nassau die op 1 augustus 1403 trouwde met Johanna van Polanen en daarmee heer van Breda werd.
Een Duitse man van ongeveer 33 jaar trouwde met een meisje van 11. Het was een huwelijk met grote gevolgen tot de dag van vandaag toe.
Twee vragen
In dit artikel wil antwoord geven op twee vragen:
- Wat heeft dit geslacht voor Brabant en meer nog de Kempen in de loop der tijd betekend?
- Hoe en waardoor veranderde hun oriëntatie: eerst van Duits naar Brabants, toen naar West-Europees en tenslotte naar Noord-Nederlands?
Het betoog vangt aan in 1403 wanneer Engelbrecht van Nassau-Dillenburg trouwt met Johanna van Polanen en daarmee heer van Breda wordt. Ik besteed wat meer aandacht aan de periode tot 1567 toen Willem van Oranje naar Duitsland vluchtte omdat de hertog van Alva er aan kwam en Willem hem, naar al spoedig zou blijken terecht, niet vertrouwde.
I. Het begin: een huwelijk tussen een meisje van 11 en een man van 33
Waarom koos men voor Engelbrecht?
‘Hy trouwde eene Welgeboren Frouw met gedogen Een eenige erfdochter, ryck ende seer vermogen’ [2]
Op 1 augustus 1403 trouwde de in 1394 geboren Johanna van Polanen, het enigst kind van Jan III van Polanen heer van Breda en van der Lek met de rond 1370 geboren Engelbrecht graaf van Nassau-Dillenburg. [3] Of zoals een oude kroniek geschreven door een anonieme waarschijnlijk uit Breda afkomstige schrijver vermeldt:
‘Anno M IIIJ/c III op sinte Peeters dach ad Vincula, quam grave Enghelbert van Nassouwen int lant ende besliep joncfrouwe Johanna […] opt selven nacht.’ [4]
Een vorst uit Midden-Duitsland betrad daarmee het Brabantse politieke toneel. We mogen voetstoots aannemen dat Johanna geen enkele zeggenschap had over de keuze van haar man. Het waren haar moeder Odilia van Salm (= Obersalm in de Elzas) en haar oom Hendrik van der Lek die beslisten aan wie zij zou worden uitgehuwelijkt. De keuze voor een Midden-Duitse vorst, die weliswaar uit een oud en edel geslacht stamde, maar die geen bezittingen had in Brabant lag niet voor de hand. Wat heeft Odilia en Hendrik ertoe bewogen voor deze toen al ongeveer 33-jarige man te kiezen? Engelbrecht bekleedde al een functie, namelijk die van domproost van Münster. Het Duitse dialect dat hij sprak week sterk af van het Brabants. De nieuwe heer van Breda zal aanvankelijk moeilijk te verstaan zijn geweest. Het geslacht Nassau wordt in de bronnen voor het eerst vermeld kort voor 1100. De graven uit dit adellijke geslacht hadden bezittingen aan weerszijden van de rivier de Lahn. Hoewel oud en aanzienlijk, behoorden zij in 1403 nog niet tot de rijksvorstenstand omdat zij hun goederen niet rechtstreeks in leen hielden van de keizer. [5] In de Nederlanden hadden zij geen goederen of functies, alleen slapende rechten op Vianden in Luxemburg en Grimbergen in Brabant. Johanna van Polanen daarentegen had heel wat te bieden. Het meisje was rijk. Haar bezittingen lagen in twee vorstendommen, Brabant en Holland. De kern ervan, de heerlijkheid Breda omvatte de gelijknamige stad, het land van Breda met 12 parochies, en een gebied dat samen met de heer van Bergen op Zoom werd bezeten met daarin onder meer de zoutstad Steenbergen. [6] De nieuwe heer van Breda zou vrijwel zeker lid worden van de hertogelijke raad en zo politieke invloed krijgen.
Wie wordt hertog van Brabant?
Politiek gezien stond er in Brabant in 1403 veel op het spel. De hoogbejaarde hertogin Johanna, geboren in 1322, was de laatste telg uit het geslacht Van Leuven dat afstamde van Karel de Grote. Wie zou na haar dood hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg worden? Er waren twee kandidaten: de Duitse koning en de hertog van Bourgondië. Daarnaast was er een derde speler om wie geen der kandidaten heen kon: de Staten van Brabant. [7]
De Bourgondische hertog Filips de Stoute (1332-1404) had in 1403 reeds een groot aantal gebieden in Frankrijk en de Nederlanden in handen, maar dat weerhield hem er niet van te streven naar nog meer bezit. Brabant was als rijk en uitgestrekt vorstendom met zijn bloeiende steden en een talrijke adel begerenswaardig. Het grensde bovendien aan Vlaanderen dat Filips via zijn vrouw Margaretha, een nicht van Johanna van Brabant, al had. Johanna was weduwe van de hertog van Luxemburg, Wenceslas van Luxemburg. Wellicht dacht de sluwe en berekenende politicus Filips, een jongere zoon van de Franse koning Jan II, die niet voor niets de bijnaam le hardi (ondernemend, brutaal) droeg, al aan Luxemburg, en aan een verbinding van zijn zuidelijke en noordelijke gebieden, iets wat zijn achterkleinzoon Karel in zijn overmoed tevergeefs zou trachten te verwezenlijken.
Wenceslas, een neef van Wenceslas de hertog van Brabant, was in 1378 zijn vader Karel IV opgevolgd als rooms-koning van het Duitse Rijk en als koning van Bohemen. Als hoofd van de dynastie wilde hij de Luxemburgse Hausmacht in stand houden, maar dat viel niet mee. Weliswaar was in 1357 in Maastricht afgesproken dat mocht het geslacht Van Leuven uitsterven, de Brabantse erfenis zou toevallen aan het Luxemburgse huis, maar politiek gezien stond Wenceslas zwak. Als koning had hij weinig macht, alle rijksdomeinen waren weggegeven aan vazallen en de Duitse vorsten gingen hun eigen weg. In 1400 werd Wenceslas, waarvan de kronieken ons berichten dat hij een drankprobleem had, door deze vorsten wegens wanbeheer en wangedrag als rooms koning afgezet. Zijn opvolger kwam uit een ander geslacht. De hertog van Bourgondië kon het zich veroorloven om met jaarrentes leden van de Brabantse hertogelijke raad om te kopen opdat zij als het er op aan kwam zijn partij konden kiezen. Wenceslas was zo rijk niet. Uit geldnood moest hij zelfs zijn stamhertogdom Luxemburg verpanden.
De Staten van Brabant wilden, zoals al gebleken was tijdens de crisis van 1355-1356, de eenheid van het hertogdom behouden. Zij waren tegen een verdeling van de erfenis. Het leifste hadden zij een hertog zonder grootse wilde ideeën, want dat leidde alleen maar tot oorlog met in het kielzog daarvan schade voor de handel en de export, hogere belastingen en een aantasting van het hertogelijk domein wat vroeg of laat ook weer zou leiden tot hogere belastingen.
Partijen werden het eens in 1403-1404. Filips de Stoute gaf Antwerpen en Mechelen terug aan Brabant en schoof zijn tweede zoon Anton naar voren. De oudste zoon, Jan zonder Vrees, zou Vlaanderen krijgen, Anton zou hertog worden van Lotharingen, Brabant en Limburg en heer van Mechelen en de landen van Overmaze. De titel van hertog van Lotharingen hield geen politieke macht in, maar gaf wel veel prestige. De belangrijkste landen van Overmaze waren Valkenburg, Dalhem en Herzogenrath (toen meestal Rode of Rade genaamd). [8] Verder was de hertog voor de helft heer van de belangrijke stad Maastricht en graaf van Vroenhoven, een klein gebied ten zuidwesten van de stad. Met deze regeling behielden Brabant en Limburg hun eigen hertog.
Holland
De oude graaf van Holland, Zeeland en West-Friesland Albrecht van Beieren, die in 1404 overleed, had ook belang bij de keuze van een man voor Johanna. Deze zou immers een van
Bron, Digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp

- ↑ Terry van Erp - Gebruikte afkortingen:
KHA: Koninklijk Huisarchief Den Haag
NAG: Nationaal Archief Den Haag
NDR vóór 1581: Archief Nassause Domeinraad tot 1581 (verwezen wordt naar de nummers van de inventaris van Drossaers). - ↑ Thomas Ernst van Goor, Beschryving der stadt en lande van Breda. ’s-Gravenhage, 1744, p. 514.
- ↑ Thomas Ernst van Goor, Beschryving der stadt en lande van Breda. ’s-Gravenhage, 1744, p. 514.
- ↑ ‘Brabandsche Kronijk’ door NN in: Charles Piot ed., Chroniques de Brabant et de Flandre. Bruxelles, 1879, p. 69.
- ↑ Karl Kroeschell, Deutsche Rechtsgeschichte 1 (bis 1250). Reinbek bei Hamburg, 1972, pp. 268-270.
- ↑ Steenbergen bezat de heer van Breda in condominium met de heer van Bergen op Zoom. Beide heren ontvingen ieder de helft van de inkomsten.
- ↑ Voor een overzicht van de politieke geschiedenis van Brabant tussen 1356 en 1430: R. van Uytven, e.a. (red.), Geschiederis van Brabant van het hertogdom tot heden. 2de herziene druk, Zwolle/Leuven, 2011, pp. 157-169. Diepergaand is: André Uyttebrouck, Le gouvernement du duché de Brabant au bas moyen âge (1355-1430). Bruxelles, 1975, in het bijzonder pp. 470-523.
- ↑ Zie over Valkenburg: A.C.M. Kappelhof, ‘De Heren en Drossaarden van Valkenburg (1365-1672), in: Jaarboek Stichting ‘Historische Studies’ in en rond het Geuldal 1 (1991) 6-75.
