Op zoek naar het dorp Raamsdonk in de 16e eeuw
Raamsdonk ligt in de Langstraat in Noord-Brabant, tussen Drimmelen en Waspik, bij het kruispunt van de wegen Zevenbergen - 's-Hertogenbosch en Breda - Gorkum. Het dorp wordt door deze twee wegen in drie stukken gesneden, wat het esthetische aspekt van het dorp bepaald niet ten goede komt. [1]
De zestiende eeuw was een eeuw vol veranderingen. Dit geldt zeker voor Raamsdonk. Het dorp leverde veel polderwerkers voor de inpolderingen van onder meer de Hoekse Waard. Ik heb getracht aan de hand van de Oud-Rechterlijke Archiefboeken van de dorpen Raamsdonk, Waspik en Hendrik-Luyten-Ambacht (nu een deel van het dorp Raamsdonk) iets van de bewoning en zijn bewoners te reconstrueren. Uiteraard is me dat slechts fragmentarisch gelukt.
Geschiedenis vóór het jaar 1500
Op 31 januari 1391 wordt Raamsdonc voor het eerst genoemd [2]
Vóór het jaar 1421, voor de Sint Elisabethsvloed, lag het dorp meer noordelijk, aan de oude Langstraat, rond de oude Lambertuskerk.
De stenen kerk heeft deze overstroming overleefd hoewel het dorp onder water heeft gestaan. Volgens de overlevering kwam het water tot aan het dak van de kerk. Dit lijkt wat overdreven. Wel zullen de (toenmalige) houten huizen geheel zijn weggespoeld.
Het dorp is herbouwd een à twee kilometer zuidelijk van de oude kerk, op een soort terp of lemen heuvel, zodat we de kerk nu terugvinden in het weiland, met een huis en een boerderij als "gezelschap".
Op 19 mei 1567 komt broeder Bouden, prior van het Karthuizer klooster bij Raamsdonk, een akte voorlezen, gedateerd op dinsdag na pasen van het jaar 1389 in Geertruidenberg, waarin graaf Willem van Holland verklaart aan Gielis van Weldensnesse een stuk moer (“veenmoeras) te hebben verkocht, tussen Groot-Waspik oost, Sandoel in het westen, trekkende tot op de Donge......
(Dit stuk -rond wordt dan nog in zijn geheel elfthalff-hoeven genoemd)..... strekkende noortwaert aan de nyewe ca...(= de rivier de Maas) Gielis mag tol heffen van schepen die van Dordrecht naar Waalwijk en 's-Hertogenbosch varen.
De naam Raamsdonk wordt hier niet genoemd, maar het gebied een "wildernisse", wordt wel beschreven.[3]
Op 31 januari 1391 (zie boven) wordt de begrenzing van Raemsdonc gegeven: "Dats de ooisteeg, van der halven mase opwaerts totter Donga, ende die westzijde der Donga tot Waspyc toe...!
In 1628 beschrijft I.van Eyck het dorp als volgt:
"....Synde Quasi de raempte van de Donga, ende met de selve riviere gescheiden van de over-oude stadt van St.Geertruidenge, twaalfhonderd- en tien morgen groot in het jaar 1438.......
Raemsdonck voert tot een wapen twee silvere. Ruyters Handtschoen op eenen schilt van Sabel...."
Van Eyck lokaliseert het gehucht Hendrik Luyten Ambacht tussen de Donge en de "Wildert".[4]
Hendrik Luyten Ambacht is genoemd naar de vader van Luyde Hendriksen, die op 10 oktober 1394 wordt genoemd als een van de Hoge Waersluyden van de grote Zuydhollandse waert".[5]
Raamsdonk lag voor de Sint Elisabethsvloed in het zuiden van de Grote Zuidhollandse Waarden bleef ook daarna vallen onder de jurisdictie van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland (te Dordrecht).
Geografische beschrijving van het dorp in de 16e eeuw
Rond het jaar 1500 lagen het dorp Raamsdonk en het Karthuizer klooster op een schiereilandje, vanwaaruit langzaam land werd ingepolderd zowel naar het zuiden (richting Oosterhout) als naar het noorden (de gorzen van de rivier de Maas). Beginnend vanuit de Maas tussen Geertruidenberg en Raamsdonk strekte zich een grote inham uit tot Oosterhout toe, ontstaan tijdens de Sint Elisabethsvloed. De rivier de Donge stroomde onder Waspik in dit meer. Vooral in de zestiende eeuw vindt de drooglegging van dit meer plaats. De Donge slingert zich in dat nieuwe polderland ten zuiden en ten westen om Raamsdonk heen.
Zie kaart A[6]

(Vrij naar een kaart van Jacob van Deventer).
(Vrij naar een kaart van Jacob van Deventer).
De buurtschappen, zoals die zich vormden in de zestiende eeuw, vooral na de inpolderingen, ziet U getekend op kaart B6.
"De Donk" is waarschijnlijk na de Sint Elisabethsvloed het eerst als buurtschap ontstaan, en wel samen met "de Bergen" op een natuurlijke terp, bestaande uit zand en keileem, een geaccidenteerd terrein, wat hoger (en dus droger) dan de omliggende veen- en moerasgronden. "Het Gat" werd rond 1550 voor het eerst genoemd. Er wonen schippers, want na de inpoldering bleef dit deel van het dorp via een doodlopende zijtak van de Donge in verbinding met de Maas.
"De Vlaeykens" ligt meer naar het westen. Vóór de inpoldering heette dit deel van het binnenmeer "het Cloosterwater".
Noordelijk van de Vlaeykens moet het klooster hebben gelegen.
De oorsprong van het woord "Vlaeykens" is me niet bekend. In 1549 wordt de Vlaeykensstraat in de schepenboeken reeds genoemd. Tot de Vlaeykens behoorden ook de polders "Engelant" en "het Brouck". Deze twee polders behoren tot het vroegst drooggelegde gedeelte van het dorp na de Sint Elisabethsvloed.

(vrij naar een kaart van J.Covens en C.Mortier.
(vrij naar een kaart van J.Covens en C.Mortier.


De waterkering
In 1542 lag Hendrik-Luyten-Ambacht nog aan het binnenmeer.[7]
Op 19 september 1570 moest er een voetpad worden gemaakt aan de zeekant.[8] De dijk was in 1542 kennelijk doorgebroken en de heemraad probeert uit te zoeken wat de oorzaak was:
"......Ghetuych heeft Wouter Wilmssoen ... doer versoeke van Bert Claessoen (de heemraad) dat hij de dijck ghemaeckt heefft alsoe hoogh als by aen de westsyde was, en dat hy hoopte dat (de dijk) nyet inbreken wn soude aen die syl...."
(6 november 1542).
Het onderhoud aan de dijk werd uitbesteed aan particulieren. De dijkmeester zag toe op de kwaliteit van het werk.
De heemraad bemiddelde bij de geschillen. [9] [10] Onderhoud aan afrastering, sloten, dammen en dijken werd bij verkoop en verpachting van land nauwkeurig omschreven. [11] [12]
Op 2 januari 1576 vertelt Lenart Nout Claessen-weduwe aan haar zoon Joost hoe haar tweede echtgenoot, Peter Petersz Manna
"onnoselijck is omgebracht". Zoon Joost "weende soo deerlyck".
Echter, toen de krijgskansen keerden, leverde de handel en aanvoer van materieel voor het staatse (én spaanse!) leger ook voordelen op. [13] [14]Op 19 april 1584 krijgt schipper Peeter Dircx, wonende “op 't gat", van de schout van Raamsdonk opdracht om paarden voor zijn rekening te kopen op de paardenmarkt van Alblas. De schout, Frans Gerritszoon, geeft geld mee mee. Peeter Direx en zijn broer Cornelis drijven handel in paarden. Paarden, op de paardemarkten in Zwijndrecht en Alblasserdam gekocht, worden weer van de hand gedaan in onder meer Lage Zwaluwe en Raamsdonk, ter bevoorrading van de strijdende legers. [15]
Raamsdonk in de 80-jarige oorlog
Raamsdonk lag gedurende heet eerste deel van de 80-jarige oorlog in de frontlijn. De dorpsschrijver van Raamsdonk noteert [16]:
"...Den 15 aug 1568 is die hertoge van alva tot Raemsdonck doer gereyst met veel schoender paerden, met twee sonen, te weten met ene getrouwde sone ende enen bastaert, en ene here genaempt Noordkaerme...“
Kennelijk wordt op dat moment het Spaanse leger nog als een bezienswaardigheid bewonderd. Enkele jaren later, bij het beleg van Geertruidenberg door de Spanjaarden, denken de bewoners dit gebied er wel anders over. Schippers worden gesommeerd in 1572 om Spaanse soldaten te vervoeren zoals uit onderstaande akte blijkt. [17]
Ter instantie van Joachim Aertsz van Wasbeeck, wonend tot Geertruidenberg, requirant
".... dat deselve .... nae Paesschen anno 1572 voirleden uytter stede van den Berge geweecken heefft zyn lijve, overmits die waelen van duc d'Alba daer inne quamen, en dat hij ten tijde zijn schip met hem genomen soude hebben gehadt, maer dat hij dat nyet en conste doen overmits dat hij dat onder Oosterhoudt gevoert hadde om geen waelen ofte spangeaarts te varen. Alwaer 't selve schip aen de gront sat...."
Joachim vluchtte naar Dordrecht, met achterlating van have en goed.
Er is in Raamsdonk veel geleden. Spaanse troepen hebben het platteland geplunderd. Men leerde bevelhebber Noirtcarmen met "syn schone peerden" van een andere kant kennen. Iets ervan is terug te vinden in de oude archieven. [18]
Middelen van bestaan

Raamsdonk moet boerenbedrijven hebben gehad van het gemengde type: Meestal wordt in erfenisverdelingen gesproken over zowel "beemden", als "weylant", en "zaeylant" en"ackers".
Een neven-inkomst leverde het turfsteken op: In 1530 worden in erfenisverdelingen nog nauwkeurig de rechten genoemd die de erfgenamen kunnen laten gelden op een "moer", om “hun borringhe te delven". [19] Kennelijk heeft iedere familie een stuk moer in bezit voor eigen gebruik.
Later in deze eeuw wordt het turfsteken en turf-vervoeren per "braber" (= turfschuit) naar de steden in Holland een beroep. Zelfs in Brabant, altans in Raamsdonk, worden deze mensen als "Brabers" aangeduid. [20], [21], [22]
Op 30 juni 1568 wordt genoteerd: "Te weten, als die brabers int Rysbroecke en int lege veen haar goet wech hadde...."
Als de brabers een stuk moer hadden afgegraven, kon het land bouwrijp worden gemaakt. Er worden mensen "vernoemd" naar dit beroep: Op 28 juni 1586 "Peeter Corneliszoon Braber".
De brabers werden tewerk gesteld door een koppelbaas, die ook eventuele onkosten betaalde.
Een ander beroep betrof dat van polderwerker: Tot ongeveer 1580 is in Raamsdonk en omgeving veel land ingepolderd.
Eerst de grote inham van de Maas tot Oosterhout, later de bedijking van de gorzen buitendijks, naar het noorden, "op ter
halven Mase toe".

Nadat het grote werk was verricht, vertrokken vele polderwerkers naar "elders" waar werd ingepolderd. [23]
Zo lezen we:
"27 november 1585 ..... Den Heemraet wijst voor recht uyten ,versoecke van de nabueren die welke haer kinderen ten Berch in de vletten mede genomen zijn omme aldaer voor 't gemeen landt van Hollant te laboreren, dat die selffde haer arbeytsloon sullen eysen en dengenen die haer te werk hebben gestelt en doen vervoeren....."
Er bestaan kennelijk op dat moment moeilijkheden met betrekking tot de uitbetaling van loon. De ouders van de polderwerkers moeten het loon gaan vragen bij de koppelbazen.
Waar was dat "werk voor 't gemeen landt van hollant"? Vanaf 1570 begonnen met de drooglegging van enkele polders in de Hoeksewaard, bij Nieuw-Beyerland en bij Maasdam (de Bonaventurapolder). Jonker Arent van Dorp, ambachtsheer van Raamsdonk omstreeks 1590, was ook ambachtsheer van Maasdam. [24] Ongetwijfeld zal deze man aan de Raamsdonkse polderwerkers hebben gedacht, toen er voor de bedijking van de Nieuwe Bonaventurapolder polderwerkers nodig waren. In de polderboeken van het Westmaasnieuwland en het Oostzomerland komt vaak achter de patroniem van de polderwerker de toevoeging "van Raemsdonck", "van Wasbeek", en "van Houten"(= van den Hout). Dit laatste is een persoonlijke mededeling van een medewerker van het streekmuseum "Heinenoord”. [25]
Voor bedijking waren wilgetenen nodig om vlechtwerk voor de dijkbeschoeiing van te maken. Enkelen pachtten buitendijks griend in Waspik en Raamsdonk:
"..... Of so verre als hij 't selve goet sal connen ende besteecken met griendt..."
Wilgetakken werden op grote schaal uitgepoot om een goede en snelle opbrengst te verkrijgen. [26], [27]
Het sociale leven

De kerk had land in bezit uit welks opbrengsten de onkosten van de kerk werden bestreden. Kerkmeesters beheerden dat bezit. [28], [29]. Diaconaal werk werd door ide “Heylig geestmeesters" verricht. Ook de "Heylig gheest’ bezat land waarvan de opbrengst werd besteed aan armen, zieken en ouden van dagen. [30], [31], [32]. Zo lezen we op 3 november 1564 [33]
"...... Thomas Cornelissoen neemt voor vijf pond vlaams (van de Heylig Gheest) één jar in de kost Jan Dierick Huyben... in eten en dranck en alle 't gene hem van node zijnde ... en sal Jan Diericks sijn bier hebben alle dagen sijn nooddruft, maer oft dieselve Jan siekte of cranckte worden, en wijn behoeft, die sal hem Thomas halen op deselfe Jan Diericks cost..."

U leest overigens goed: Bier werd gerekend tot het dagelijks levensonderhoud, maar wijn was geneesmiddel bij ziekte.
Het dorp had een schrijver in dienst, die fungeerde als secretaris van schout en schepenen. In 1588 is de schrijver tevens gevestigd als notaris: Melis Cornelis Mandemakers. [34]
Het dorp was ook een schoolmeester rijk: Op 23 januari 1577 benoemen stadhouder en heemraden een nieuwe schoolmeester, Geerbrandt Claeszoon:
" .....die schole te onderhouden ende kynerkynts te institueren met goede leeringe ende manieren..... ist dat Geerbrandt dese gemeent niet en voldoet, en die kynderkynts rebel laet loopen, so mach die gemeente denselve renuntieren van synder officien..... "[35]
Schout en schepenen hadden een verregaande invloed op het leven van alledag: Niet alleen werden voor schout en schepenen bijna alle land- en boédelverkopen verleden en traden ze op als rechtbank bij geschillen ("dingtaal"), maar zij lieten soms ook merkwaardige zaken notuleren. Zo lezen we op 27 juli 1569:[36]
"Die schout heeft Ariaen Ariaenssoen schutter synen eedt opgeseyt..... dat hij onsuver gekent en leproes gemaeckt is ... en dat hij nu wederom suver en claer is."
Verkopingen "naar Raamsdonks recht" geschieden met een brandende kaars. Het laatste bod vóór de kaars uitging, had rechtsgeldigheid: [37]
"..... soo heeft hij tselffde met een bernende kersse aff doen hangen by den gerechte naer onser bancken recht ..."

Bron, Digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp

- ↑ L.v. Egeraat: Zeg maar dag tegen Brabant.
- ↑ A.J.v.d.Aa: Aardrijkskundig woordenboek, 9e deel,1847.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Groot Waspik 39, dd. 19 mei 1567.
- ↑ Handvesten, privilegen, costumen van den landen van Zuyt-hollant.
- ↑ uitg. 1628, fol.19,20,21 en 267. I.v.d.Eyck.5
- ↑ Kaart van Jacob van Deventer
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Hendrik Luyten Ambacht 2, dd. 19 september 1570.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Hendrik Luyten Ambacht 1, dd 6 en 22 november 1542
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Groot-Waspik 39, dd. 14 juni 1588.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Groot-Waspik 39, dd. 9 september 1563.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Raamsdonk 1, dd. 29 oktober 1571.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Raamsdonk 54, dd. 13 januari 1571.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Raamsdonk 1, dd. 19 april 1584.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Raamsdonk 1, dd. 19 april 1584(15)
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Groot-Waspik 39, dd. 2 januari 1576
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Raamsdonk, 1, dd. 15 augustus 1568.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Dordrecht 729, dd. 27 mei 1573.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Groot-Waspik 39, dd. 2 januari 1576.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Oosterhout 268, dd. 1 maart 1533
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Raamsdonk 1,dd. 30 juni 1568
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Groot-Waspik 39, dd. 28 juni 1586
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Raamsdonk 54, dd. 29 januari 1567
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Raamsdonk 1, 27 november 1585.
- ↑ 22
- ↑ Polderboeken Westmaas-Nieuwland (Hoekse Waard).
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Groot-Waspik 39, dd. 16 januari 1577.
- ↑ Oud Rechterlijk Archief Raamsdonk 1, dd. 19 maart 1572.
- ↑ 26
- ↑ 27
- ↑ 28
- ↑ 29
- ↑ 30
- ↑ 31
- ↑ 32
- ↑ 33
- ↑ 34
- ↑ 35
