Cantinières

Uit Wiki Raamsdonk
Versie door Colani (overleg | bijdragen) op 9 mei 2025 om 09:53
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Anthonie Constantijn Govaerts, De marketentster (1825-1827), Rijksmuseum, Amsterdam

De cantinières stammen vanuit de tijd van Napoleon. Deze vrouw, die vaak de vrouw was van een officier, vergezelden de legereenheden om de soldaten tijdens de pauzes te voorzien van eten en drinken.


Vrouwen zijn in de voedselgeschiedschrijving vaak nog onderbelicht. Hoewel het vrouwen waren die dikwijls zorgden voor het dagelijks eten – en drinken, zoals bierbrouwen – waren het mannen die er hun beroep van maakten; en daar werd over geschreven. Internationale vrouwendag is een goede aanleiding om meer naar de rol van de vrouw te kijken. Als voedselleverancier in het leger, bijvoorbeeld.

Legerkamp, met linksachter een vrouw die in een kookpot roert, Hyacinth de La Pegna, Landschap met een legerkamp (1716-1772), Rijksmuseum, Amsterdam.

In laatmiddeleeuws Europa bestonden legers voornamelijk uit huursoldaten die puur vanwege het geld vochten. Van die centen moesten ze ook hun eigen eten en drinken betalen, want er was geen centraal geregelde kantine of rantsoenenverstrekking. De landsknechten hoefden niet lang te zoeken naar aanbieders, want zo’n hongerige stoet soldaten lokte een heleboel verkopers. Daarbij trok er altijd een enorm gevolg van echtgenoten, kinderen, prostituees, bedienden, kooplui en ambachtslieden met de vechters op. Het leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestond in 1591 uit 8500 man, maar had een aanhang van 12 duizend, aldus militair historicus Olaf van Nimwegen in Deser landen crijchsvolck. Kortom: een heleboel monden om te vullen.

Marketentster, of cantinière, met soldaten uit het Napoleontische leger, Adrien Moreau, Soldaten rusten bij een jonge Marktverkoopster (1906).

Over het algemeen kookten soldaten hun eigen potje. Ze roosterden boven een vuurtje wat stukken vlees aan de punt van hun zwaard of bajonet, of kookten in groepjes met elkaar. Bij huursoldaten die hun echtgenote of vaste vriendin en kinderen mee op reis namen, waren het de vrouwen die onderweg droog brandhout sprokkelden om op te koken, in meegebrachte ketels en pannen. Ingrediënten waren vaak makkelijk te krijgen: lokale boeren kwamen in het kamp eieren, kaas, boter, groente en fruit verkopen. Kant-en-klare happen waren tevens te koop, bij voedselverkopers die met de soldaten meetrekken. Deze ‘zoetelaars’ of ‘marketentsters’ – of ‘cantinières’ of ‘vivandières’ in het Frans – waren vaak vrouwen.

Cantinière in kostuum uit 1853 op een Franse sigarettenverpakking uit 1896

Niet alleen in de Lage Landen waren deze vrouwen vaak geziene verkopers van eten en wijn, ook in Spanje, Italië, de Duitse staten, Zwitserland, Rusland en de Verenigde Staten waren ze onmisbare medewerkers in oorlogen – bijvoorbeeld in de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865, waar vivandières aan beide kanten voor eten zorgden.

Een Franse cantinière tijdens de Krimoorlog in 1855, gefotografeerd door Roger Fenton

In het Franse leger bleven cantinières tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog een cruciale rol spelen, maar in de Lage Landen waren ze al eerder verdwenen, toen de militaire voedselbevoorrading steeds meer werd gereguleerd. Veel onderzoek is nog niet gedaan naar deze marketentsters, maar Intrepid Women van Thomas Cardoza is een goed begin.



Bron digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp

raamsdonkshistorie.nl
raamsdonkshistorie.nl