Onderduiken Netty Kooperberg: verschil tussen versies

Uit Wiki Raamsdonk
Nieuwe pagina aangemaakt met '{{clr}} <br><br> {{Appendix|2= Bron, Digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp}} <br><br> 800px|alt=raamsdonkshistorie.nl|center|thumb|[https://raamsdonkshistorie.nl raamsdonkshistorie.nl] Categorie:Oorlogsslachtoffers Joods'
 
kGeen bewerkingssamenvatting
 
Regel 1: Regel 1:
[[Bestand:Netty-Kooperberg-01.jpg|thumb|Nettie (rechts) met zus Bertrien]]
=== Nettie Kooperberg duikt onder. ===
In 1940 bestaat de joodse gemeenschap in Geertruidenberg hoofdzakelijk uit oude tot zeer oude mensen, die niet meer de kracht bezitten om zich te verweren of onder te duiken. Anderzijds menen ze, dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen en – ondanks de raadgevingen van dominee Visser om onder te duiken – wachten ze af. Het gezin van Mau Kooperberg (zoon van de Raamsdonksveerse Jacob Kooperberg) en Leen Kalker is daarop een uitzondering. Vijf van hen nemen tijdig de benen en duiken onder.<br>
Onderduiken is echter een riskante zaak, zowel voor de onderduikers zelf als voor hun helpers. Verraad en toevallige ontdekkingen liggen op de loer. Enkele inwoners van Blaricum, [[Geertruidenberg]], [[Raamsdonk]], [[Stuivezand]] en [[Dordrecht]] zetten zich met gevaar voor eigen leven in om de Bergse joden van een wisse dood te redden.
Netty Kooperberg (1912), tweede dochter van Mau en Leen woont sinds 1930 in [[Dordrecht]] en is verloofd met Leo de Jong. Leo, zijn broer Siegfried en zijn moeder Bertha vinden een onderduikadres bij Leendert Vermeij te Dordrecht. Om invallen te vermijden heeft de heer Vermeij bij zijn voordeur een bordje gehangen met de tekst “Roodvonk”. Zij verblijven daar ruim twee jaar in een klein kamertje, tot eind 1944. Omdat het vermoeden bestaat dat hun onderduikadres verraden is, moeten ze weg bij Vermeij. De Rooms-katholieke Annie Vermeeren is de verloofde van Siegfried de Jong. Ze is lid van het verzet en heeft een baantje op het distributiekantoor. Ze regelt voor Leo, Siegfried en hun moeder een nieuw onderduikadres en speelt het klaar voor tenminste dertien onderduikers stem- en bonkaarten te verduisteren.
Pieter van der Gijp kent Siegfried vanwege zijn werk.<br>
Pieter en zijn vrouw Aartje helpen vanuit hun humanistische overtuiging joodse vluchtelingen aan schuiladressen. Leo en Siegfried doen – vlak voordat ze zelf onderduiken – moeite om voor Netty Kooperberg en haar vriendin Sary Kloot-van Gelder een onderduikadres te vinden.
Als ze bij Van der Gijp aanbellen worden ze binnengelaten. Aartje ziet nog net een punt van een gele Jodenster
onder de overjas en beseft dat deze mensen hulp nodig hebben. Op 14 augustus 1942 arriveren Netty en Sary
bij Van der Gijp.
Pieter reist elke zaterdag beurtelings met de trein naar Amsterdam-Hilversum en [[Geertruidenberg]] om leeftocht voor de onderduikers te halen. In Geertruidenberg heeft Pieter contacten met Rinus van de Clundert en een paar landbouwers, waaronder zeer waarschijnlijk Jan Dirven. Ruim een jaar nadat Netty en Sary op het adres bij Van der Gijp zijn, blijkt dat de ouders van Netty (Mau en Leen Kooperberg) door omstandigheden niet langer op hun onderduikadres in [[Raamsdonk]] kunnen blijven. Pieter besluit het oudere echtpaar Kooperberg in huis te nemen en regelt voor Netty en Sary een ander onderduikadres in Blaricum. Daar verblijven ze ca. acht tot tien maanden, maar als op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) het gerucht wordt verspreid dat NSB’ers en Duitsers op de vlucht slaan, komen de onderduikers bovengronds. Zo ook Netty, die op de fiets naar [[Dordrecht]] rijdt en dan tot de ontdekking komt dat de werkelijkheid anders is. Opnieuw moet ze onderduiken bij Pieter en Aartje van der Gijp.
[[Bestand:Netty-Kooperberg-02.jpg|thumb|Netty Kooperberg (achterste rij 3e van links) met familie Vermeeren 1959]]Regelmatig onderscheppen in Dordrecht landsgetrouwe PTT-ambtenaren handgeschreven brieven die gericht zijn aan de Sichterheitspolizei. Deze brieven zijn nagenoeg altijd afkomstig van verraders. De brieven worden op een veilige plek geopend en als blijkt dat ze van een verrader afkomstig zijn worden ze vernietigd en de bedreigden gewaarschuwd. Parallel aan dit soort verraad worden op onderduikadressen briefjes onder de deur geschoven met de tekst:
Wij weten dat hier joden zitten! Bij Pieter van der Gijp wordt in diezelfde tijd een briefje onder de deur geschoven met dezelfde boodschap als hierboven omschreven.
Mau en Leen Kooperberg gaan tijdelijk naar Rinus van de Clundert jr. die in Dordrecht woont.
Hun dochter Netty Kooperberg vlucht radeloos naar het huis van de rooms-katholieke Frits Vermeeren in de Oudelandstraat 34. Zij weet dat Annie Vermeeren, de zus van Frits en haar toekomstige schoonzus, daar door omstandigheden tijdelijk verblijft. Wat Netty niet weet is dat Annie betrokken is bij het verzet.
Kort na de bevrijding, in 1945, trouwt Netty met haar joodse verloofde Leo de Jong. De wederzijdse vriendschapsbanden met hun helpers Vermeij, Jelten, Van der Gijp en Vermeeren blijven ook na de oorlog hecht. Het gezin van Frits Vermeeren emigreert in 1959 naar de Verenigde Staten.
[[Bestand:Netty-Kooperberg-03.jpg|center|De familie de Jong in mei 1945 vereeuwigd met hun helpers voor de woning van Jelten te Dordrecht.<br>Vanaf links: Leo de Jong, Netty Kooperberg, Marietje Vermeeren-Kwak, mevr. Jelten, Herman Boet, Klara de Ruiter-de Jong, Evert Jelten, Siegfried de Jong en Annie Vermeeren. Het kleine meisje is Carla Vermeeren.<br>(collectie: Marie-José van Overveld-Vermeeren)]]
<center>De familie de Jong in mei 1945 vereeuwigd met hun helpers voor de woning van Jelten te Dordrecht.<br>Vanaf links: Leo de Jong, Netty Kooperberg, Marietje Vermeeren-Kwak, mevr. Jelten, Herman Boet, Klara de Ruiter-de Jong, Evert Jelten, Siegfried de Jong en Annie Vermeeren. Het kleine meisje is Carla Vermeeren.<br>(collectie: Marie-José van Overveld-Vermeeren)</center>
{{clr}}
{{clr}}
<br><br>
<br><br>

Huidige versie van 23 jun 2026 10:34

Nettie (rechts) met zus Bertrien

Nettie Kooperberg duikt onder.

In 1940 bestaat de joodse gemeenschap in Geertruidenberg hoofdzakelijk uit oude tot zeer oude mensen, die niet meer de kracht bezitten om zich te verweren of onder te duiken. Anderzijds menen ze, dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen en – ondanks de raadgevingen van dominee Visser om onder te duiken – wachten ze af. Het gezin van Mau Kooperberg (zoon van de Raamsdonksveerse Jacob Kooperberg) en Leen Kalker is daarop een uitzondering. Vijf van hen nemen tijdig de benen en duiken onder.
Onderduiken is echter een riskante zaak, zowel voor de onderduikers zelf als voor hun helpers. Verraad en toevallige ontdekkingen liggen op de loer. Enkele inwoners van Blaricum, Geertruidenberg, Raamsdonk, Stuivezand en Dordrecht zetten zich met gevaar voor eigen leven in om de Bergse joden van een wisse dood te redden.

Netty Kooperberg (1912), tweede dochter van Mau en Leen woont sinds 1930 in Dordrecht en is verloofd met Leo de Jong. Leo, zijn broer Siegfried en zijn moeder Bertha vinden een onderduikadres bij Leendert Vermeij te Dordrecht. Om invallen te vermijden heeft de heer Vermeij bij zijn voordeur een bordje gehangen met de tekst “Roodvonk”. Zij verblijven daar ruim twee jaar in een klein kamertje, tot eind 1944. Omdat het vermoeden bestaat dat hun onderduikadres verraden is, moeten ze weg bij Vermeij. De Rooms-katholieke Annie Vermeeren is de verloofde van Siegfried de Jong. Ze is lid van het verzet en heeft een baantje op het distributiekantoor. Ze regelt voor Leo, Siegfried en hun moeder een nieuw onderduikadres en speelt het klaar voor tenminste dertien onderduikers stem- en bonkaarten te verduisteren. Pieter van der Gijp kent Siegfried vanwege zijn werk.
Pieter en zijn vrouw Aartje helpen vanuit hun humanistische overtuiging joodse vluchtelingen aan schuiladressen. Leo en Siegfried doen – vlak voordat ze zelf onderduiken – moeite om voor Netty Kooperberg en haar vriendin Sary Kloot-van Gelder een onderduikadres te vinden.

Als ze bij Van der Gijp aanbellen worden ze binnengelaten. Aartje ziet nog net een punt van een gele Jodenster onder de overjas en beseft dat deze mensen hulp nodig hebben. Op 14 augustus 1942 arriveren Netty en Sary bij Van der Gijp. Pieter reist elke zaterdag beurtelings met de trein naar Amsterdam-Hilversum en Geertruidenberg om leeftocht voor de onderduikers te halen. In Geertruidenberg heeft Pieter contacten met Rinus van de Clundert en een paar landbouwers, waaronder zeer waarschijnlijk Jan Dirven. Ruim een jaar nadat Netty en Sary op het adres bij Van der Gijp zijn, blijkt dat de ouders van Netty (Mau en Leen Kooperberg) door omstandigheden niet langer op hun onderduikadres in Raamsdonk kunnen blijven. Pieter besluit het oudere echtpaar Kooperberg in huis te nemen en regelt voor Netty en Sary een ander onderduikadres in Blaricum. Daar verblijven ze ca. acht tot tien maanden, maar als op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) het gerucht wordt verspreid dat NSB’ers en Duitsers op de vlucht slaan, komen de onderduikers bovengronds. Zo ook Netty, die op de fiets naar Dordrecht rijdt en dan tot de ontdekking komt dat de werkelijkheid anders is. Opnieuw moet ze onderduiken bij Pieter en Aartje van der Gijp.

Netty Kooperberg (achterste rij 3e van links) met familie Vermeeren 1959

Regelmatig onderscheppen in Dordrecht landsgetrouwe PTT-ambtenaren handgeschreven brieven die gericht zijn aan de Sichterheitspolizei. Deze brieven zijn nagenoeg altijd afkomstig van verraders. De brieven worden op een veilige plek geopend en als blijkt dat ze van een verrader afkomstig zijn worden ze vernietigd en de bedreigden gewaarschuwd. Parallel aan dit soort verraad worden op onderduikadressen briefjes onder de deur geschoven met de tekst:

Wij weten dat hier joden zitten! Bij Pieter van der Gijp wordt in diezelfde tijd een briefje onder de deur geschoven met dezelfde boodschap als hierboven omschreven. 

Mau en Leen Kooperberg gaan tijdelijk naar Rinus van de Clundert jr. die in Dordrecht woont.

Hun dochter Netty Kooperberg vlucht radeloos naar het huis van de rooms-katholieke Frits Vermeeren in de Oudelandstraat 34. Zij weet dat Annie Vermeeren, de zus van Frits en haar toekomstige schoonzus, daar door omstandigheden tijdelijk verblijft. Wat Netty niet weet is dat Annie betrokken is bij het verzet.

Kort na de bevrijding, in 1945, trouwt Netty met haar joodse verloofde Leo de Jong. De wederzijdse vriendschapsbanden met hun helpers Vermeij, Jelten, Van der Gijp en Vermeeren blijven ook na de oorlog hecht. Het gezin van Frits Vermeeren emigreert in 1959 naar de Verenigde Staten.

De familie de Jong in mei 1945 vereeuwigd met hun helpers voor de woning van Jelten te Dordrecht. Vanaf links: Leo de Jong, Netty Kooperberg, Marietje Vermeeren-Kwak, mevr. Jelten, Herman Boet, Klara de Ruiter-de Jong, Evert Jelten, Siegfried de Jong en Annie Vermeeren. Het kleine meisje is Carla Vermeeren. (collectie: Marie-José van Overveld-Vermeeren)
De familie de Jong in mei 1945 vereeuwigd met hun helpers voor de woning van Jelten te Dordrecht.
Vanaf links: Leo de Jong, Netty Kooperberg, Marietje Vermeeren-Kwak, mevr. Jelten, Herman Boet, Klara de Ruiter-de Jong, Evert Jelten, Siegfried de Jong en Annie Vermeeren. Het kleine meisje is Carla Vermeeren.
(collectie: Marie-José van Overveld-Vermeeren)
De familie de Jong in mei 1945 vereeuwigd met hun helpers voor de woning van Jelten te Dordrecht.
Vanaf links: Leo de Jong, Netty Kooperberg, Marietje Vermeeren-Kwak, mevr. Jelten, Herman Boet, Klara de Ruiter-de Jong, Evert Jelten, Siegfried de Jong en Annie Vermeeren. Het kleine meisje is Carla Vermeeren.
(collectie: Marie-José van Overveld-Vermeeren)





raamsdonkshistorie.nl
raamsdonkshistorie.nl