<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Leger_van_Vlaanderen</id>
	<title>Leger van Vlaanderen - Bewerkingsoverzicht</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Leger_van_Vlaanderen"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?title=Leger_van_Vlaanderen&amp;action=history"/>
	<updated>2026-08-09T21:30:07Z</updated>
	<subtitle>Bewerkingsoverzicht voor deze pagina op de wiki</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.6</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?title=Leger_van_Vlaanderen&amp;diff=31357&amp;oldid=prev</id>
		<title>Colani: 1 versie geïmporteerd</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?title=Leger_van_Vlaanderen&amp;diff=31357&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2023-04-19T19:44:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;1 versie geïmporteerd&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;b&gt;Nieuwe pagina&lt;/b&gt;&lt;/p&gt;&lt;div&gt;{{Zie artikel|Met &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Leger van Vlaanderen&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; (Frans: &amp;#039;&amp;#039;Armée de Flandre&amp;#039;&amp;#039;) wordt soms ook het Franse leger bedoeld dat de Nederlanden moest veroveren. Zie het artikel [[Vlaanderen (Franse provincie)]].}}&lt;br /&gt;
[[Bestand:Siege of Breda.jpg|thumb|Het &amp;#039;&amp;#039;Spaanse&amp;#039;&amp;#039; leger bij het [[beleg van Breda (1624-1625)|Beleg van Breda]]]]&lt;br /&gt;
Het &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Leger van Vlaanderen&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; (Spaans: &amp;#039;&amp;#039;Ejército de Flandes&amp;#039;&amp;#039;) was het leger van de Spaanse koning in [[Spaanse Nederlanden]]. Het werd onder andere ingezet gedurende de [[Tachtigjarige Oorlog]] en de [[Dertigjarige Oorlog]]. Door de jaren heen varieerde het aantal manschappen, op het hoogtepunt in 1640 bestond het uit 88.280 man. Naast een groot deel [[infanterie]] was er een kleiner deel [[cavalerie]]. De manschappen kwamen niet alleen uit Spanje, maar ook uit de [[Zuidelijke Nederlanden]], [[Italië]], [[Hertogdom Bourgondië|Bourgondië]], [[koninkrijk Engeland|Engeland]] en uit [[Heilige Roomse Rijk|Duitse staten]]. In Nederlandse verhalen worden de Zuid-Nederlanders vaak &amp;#039;Walen&amp;#039; genoemd (omdat zij of hun aanvoerders ook wel Frans spraken). Verder worden ze allemaal bestempeld als &amp;#039;de Spanjaarden&amp;#039;. Het grote aantal soldaten drukte zwaar op de Spaanse schatkist waardoor het uitbetalen van [[soldij]] zeer onregelmatig gebeurde. Dit leidde geregeld tot [[muiterij]]en in het leger waarbij soldaten, al dan niet met toestemming van hun bevelhebber, overgingen tot [[brandschatting]] en [[plundering]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Samenstelling ==&lt;br /&gt;
Legers bestonden in de [[vroegmoderne tijd]] vaak voor een deel uit buitenlandse beroepssoldaten, wanneer landen zelf niet genoeg strijdbare mannen hadden of omdat buitenlandse soldaten beter getraind waren. De buitenlandse soldaten vormden de elite van het leger en werden in de voorste linies ingezet. Desertie was kleiner onder soldaten die in het buitenland gelegerd lagen. Om deze redenen werden in 1635, toen Spanje oorlog voerde met [[Koninkrijk Frankrijk (1589-1792)|Frankrijk]] soldaten uit Duitsland, Ierland en de Nederlanden naar Spanje gezonden terwijl Spaanse soldaten juist naar de Nederlanden kwamen. Beide groepen werden in het oorlogsgebied waar ze dienstdeden beschouwd als de elitetroepen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Werving ==&lt;br /&gt;
{| border=&amp;quot;1&amp;quot; align=&amp;quot;right&amp;quot; cellpadding=&amp;quot;3px&amp;quot; style=&amp;quot;margin:7px; border: 1px solid #999; background-color:#FFFFFF;border-collapse:collapse; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|+ &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Troepensterkte&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;&lt;br /&gt;
| valign=&amp;quot;top&amp;quot; |&lt;br /&gt;
{|&lt;br /&gt;
! style=&amp;quot;background:#efefef;&amp;quot; | Jaar&lt;br /&gt;
! style=&amp;quot;background:#efefef;&amp;quot; | Aantal&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| sep. 1572 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 67.259&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| dec. 1573 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 62.280&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| mrt. 1574 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 86.235&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| jan. 1575 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 59.250&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| mei 1576 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 51.457&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| feb. 1578 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 27.603&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| sep. 1580 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 45.453&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| okt. 1582 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 61.162&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| apr. 1588 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 63.455&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| nov. 1591 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 62.164&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| mrt. 1607 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 49.765&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| mrt. 1609 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 15.259&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
| valign=&amp;quot;top&amp;quot; |&lt;br /&gt;
{|&lt;br /&gt;
! style=&amp;quot;background:#efefef;&amp;quot; | Jaar&lt;br /&gt;
! style=&amp;quot;background:#efefef;&amp;quot; | Aantal&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| aug. 1611 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 14.661 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| mei 1619 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 29.210 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| jun. 1620 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 44.200 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| mrt. 1623 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 62.606 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| apr. 1624 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 85.389&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| jan. 1627 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 69.340&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| sep. 1633 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 63.258&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| jan. 1640 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 88.280&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| dec. 1643 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 77.517&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| feb. 1647 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 65.458&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| sep. 1661 || align=&amp;quot;right&amp;quot; | 33.008 &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Bestand:Troepensterkte leger van vlaanderen 1572 1661.svg|thumb]]&lt;br /&gt;
Manschappen werven in eigen land gebeurde vaak door een door de [[Spaanse Oorlogsraad]] of door de [[kapitein-generaal]] of de [[gouverneur-generaal]] aangewezen wervingsofficier. De officier, altijd in de functie van kapitein, die toestemming had om te werven kreeg een [[Acte (document)|patent]] mee waarop stond in welke gebieden het werven mocht plaatsvinden, hoeveel manschappen geworven mochten worden, de tijdsduur van het werven en de bestemming van de troepen. Voordat deze kapitein naar de dorpen trok, wees hij onderofficieren aan en liet hij vlaggen maken voor de compagnie. Daarna kon hij samen met een drummer, een secretaris en een aantal korporaals naar de plaatsen waarvoor zij toestemming hadden om te werven. Vervolgens liet de kapitein het patent zien aan de [[magistraat]] van de plaats, die hen onderdak en ondersteuning moest bieden, totdat het gevraagde aantal mensen zich hadden aangemeld. De vrijwilligers moesten tussen de 16 en 50 jaar zijn, goed gebouwd, vrijgezel en geestelijk in orde. Vooral in tijden van lage lonen of een mislukte oogst was het eenvoudig om genoeg manschappen te werven. Als het werven van genoeg mensen moeilijk ging werden er nog weleens bonussen gegeven. Als iemand zich aanmeldde en voldeed aan de eisen, werd hij geregistreerd door de secretaris en kreeg hij salaris uitbetaald, onderdak, voedsel en soms ook nieuwe kleren. Zodra de kapitein genoeg manschappen had geworven, werd de lijst met manschappen beoordeeld door een afgevaardigde van de koning om na te gaan of de manschappen wel echt voldeden aan de eisen. Wanneer dat in orde was, werden de manschappen ingewijd, waarbij de kapitein de artikelen uit de Oorlogswet met de straffen oplas. Nadat de rekruten met hun rechterhand in de lucht hadden gezworen zich te houden aan de artikelen uit de wet, werden ze ingelijfd en kregen zij hun eerste maandsalaris (nadat de gemaakte kosten waren verrekend).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het geven van toestemming door de Spaanse Oorlogsraad of door de kapitein-generaal of de gouverneur-generaal in de Nederlanden, kon alleen voor gebieden waar zij ook macht hadden. In het buitenland, onder andere op de Britse eilanden en in de Duitse staten, werden daarom op een andere manier soldaten geworven voor het Spaanse leger, namelijk via een tussenpersoon. Met deze tussenpersoon werd afgesproken het aantal manschappen dat hij zou werven, de datum en de plaats waarop zij klaar moesten staan. De tussenpersoon fungeerde tevens als de commandant en hij wees de officieren aan. Snelheid was het voordeel van het werven met een dergelijke tussenpersoon. Binnen drie à vier weken konden zij al een volledig regiment klaar hebben staan, omdat een deel van de manschappen die zij gebruikten oproepbaar waren. Tegen betaling konden tussenpersonen zelfs gebonden worden aan staten en indien nodig, door hen opgeroepen worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De koning had, ter bescherming van de gebieden van het [[Spaanse koloniën|Spaanse Rijk]] in [[Spanje]], [[Italië]], de [[Nederlanden]] en [[Amerika (continent)|Amerika]] alsmede voor de oorlogen die hij voerde, veel manschappen nodig. Zoveel, dat er vaak niet de gevraagde aantallen soldaten geworven werden en dorpen nauwelijks nog groeiden in het Spaanse [[Kroon van Castilië|Castilië]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Overbrenging ==&lt;br /&gt;
[[Bestand:CaminoEspañol-NL.svg|thumb|right|De &amp;#039;&amp;#039;Spaanse weg&amp;#039;&amp;#039;, om via gebieden in handen van de [[Habsburgers]] (paars, groen en oranje) manschappen over te brengen naar de Nederlanden.]]&lt;br /&gt;
{{Zie hoofdartikel|Spaanse Weg}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zodra de manschappen waren geworven, moesten zij nog naar de Nederlanden overgebracht worden. Soldaten uit Spanje en Zuid- en Midden-Italië gingen eerst per schip naar [[Genua (stad)|Genua]] en vanaf daar over land naar het noorden. In de zestiende eeuw was wel een aantal keer geprobeerd om rechtstreeks via de zee, geld en soldaten naar de Nederlanden te zenden, maar dit werd vrijwel iedere keer een mislukking door de overmacht op zee van de [[hugenoten]], de Engelsen en de [[Geuzen (Tachtigjarige Oorlog)|Watergeuzen]]. Via de &amp;#039;&amp;#039;chemin des Espagnols&amp;#039;&amp;#039; of de &amp;#039;&amp;#039;[[Spaanse weg]]&amp;#039;&amp;#039; konden de soldaten over land reizen en werd ook het geld overgebracht naar de Nederlanden. Al bij het uitbreken van de oorlog werd er nagedacht over een geschikte route. Uiteindelijk werd dit de route van Genua naar [[Vorstendom Piëmont|Piëmont]], [[Hertogdom Savoye|Savoye]], [[Hertogdom Lotharingen|Lotharingen]] en [[Hertogdom Luxemburg|Luxemburg]]. De koning van Spanje had zelf bezittingen langs de route, waaronder [[Lombardije]], [[Franche-Comté]] en de Nederlanden, waar het leger doorheen kon reizen. Met overige landen op de route werden verdragen gesloten, zoals met Genua. In colonnes van tot tienduizend soldaten met honderden pakezels reisden de soldaten, geleid door gidsen, zo&amp;#039;n veertig tot zestig dagen, waarbij zij rivieren moesten overbruggen, bergen moesten passeren en bossen moesten doorkomen, voordat zij aankwamen in de Nederlanden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Britse manschappen werden vaak via zelf geregelde commerciële schepen, vanuit [[Waterford (stad)|Waterford]], [[Southampton (Engeland)|Southampton]] of een andere haven naar de overkant van [[het Kanaal]] vervoerd, onder andere naar [[Duinkerke]]. Wanneer de [[Staatsen]] de [[Graafschap Vlaanderen|Vlaamse]] havens blokkeerden, weken de schepen uit naar havens in Noord-Frankrijk, waarna de manschappen de reis te voet moesten voortzetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Soldaten die in de Duitse staten werden geworven, konden het makkelijkst naar de Spaanse Nederlanden reizen. Die werden vaak in hun geheel als &amp;#039;Vlaanderen&amp;#039; bestempeld, vandaar &amp;#039;Leger van Vlaanderen&amp;#039;. Om de Spaanse gebieden vanuit [[Keulen (stad)|Keulen]] en [[München]], waar veel troepen vandaan kwamen, te bereiken, moest men alleen door de hertogdommen [[Hertogdom Kleef|Kleef]] en [[Hertogdom Gulik|Gulik]] trekken. Daarvoor was wel toestemming vereist van de lokale machthebber en van de keizer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook voor de soldaten uit [[graafschap Tirol|Tirol]] en de [[Elzas]] was het ondanks de grotere afstand een relatief makkelijke onderneming. De [[Spaanse Habsburgers]], het huis van de Spaanse koning, beheerden vrijwel aaneengesloten land vanaf [[Wenen (hoofdbetekenis)|Wenen]] tot de [[Rijn]]. Bij de Rijn aangekomen moesten ze via [[Allgäu]], in het noorden van de [[Alpen]], richting [[Bazel (Zwitserland)|Bazel]]. Het vervolg van de reis was moeilijker, omdat het gebied van de Rijnvallei behoorde tot de [[Palts (keurvorstendom)|Palts]] en het hertogdom [[Palts-Zweibrücken|Zweibrücken]], die in oorlog waren met de Habsburgers. Omdat deze reisweg niet beschikbaar was, liep de route via het [[Opper-Lotharingen|hertogdom Lotharingen]], waar de Rijn bij [[Straatsburg]] overgestoken werd en de troepen het Spaans-Nederlandse [[Hertogdom Luxemburg|Luxemburg]] konden bereiken. Een korte tijd was het mogelijk voor de Spanjaarden om door de Palts te trekken, omdat zij het gebied in 1622 hadden veroverd op [[Frederik V van de Palts|Frederik V]]. Dit duurde tot 1631, toen het Zweedse leger [[Mainz]] en het omliggende gebied had bezet en afgesloten voor Habsburgse soldaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Legerleiding ==&lt;br /&gt;
[[Bestand:Fernando Álvarez de Toledo, III Duque de Alba, por Antonio Moro.jpg|thumb|right|[[Fernando Álvarez de Toledo|Alva]] was naast [[kapitein-generaal]] ook [[gouverneur-generaal]].]]&lt;br /&gt;
Aan het hoofd van het Leger van Vlaanderen stond de door de [[Lijst van koningen van Spanje|Spaanse koning]] benoemde [[kapitein-generaal]]. Bij de komst van [[Fernando Álvarez de Toledo|Alva]] in 1567 was het de bedoeling dat de macht over het leger en het land gedeeld werd met de landvoogdes van de Lage Landen, [[Margaretha van Parma]]. Zij weigerde echter met Alva samen te werken en trad af, waarna Alva, naast kapitein-generaal ook [[gouverneur-generaal]] (landvoogd) werd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kapitein-generaal werd bijgestaan door een groot aantal stafofficieren (&amp;#039;&amp;#039;entetenidos cerca la persona&amp;#039;&amp;#039;) en aan het hoofd van deze officieren stond het hoofd van het huishouden, de &amp;#039;&amp;#039;mayordomo mayor&amp;#039;&amp;#039;. Er was één adviserend orgaan, namelijk de Oorlogsraad, bestaande uit een aantal stafofficieren en ervaren commandanten. Zij konden de kapitein-generaal adviseren over promoties, het te voeren beleid, en de logistiek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook had de kapitein-generaal, tot 1595, invloed op het rechtssysteem.  Zo sprak hij recht over militairen in het hoogste rechtsorgaan, zonder dat er daarbij beroep mogelijk was. Verder bepaalde de kapitein-generaal hoe het geld besteed moest worden, ook al moesten de financiële afdelingen van het leger rechtstreeks aan de kroon rapporteren.&amp;lt;!--niet goed te begrijpen, misschien was iets anders bedoeld?--&amp;gt; Om deze redenen had de kapitein-generaal veel macht in de Nederlanden, zonder dat daar controle over was door een ander orgaan. De Spaanse koning zat zelf in Spanje en controle vanaf daar uitoefenen was moeilijk door de trage communicatie; een brief van Spanje naar de Nederlanden kon er zo 12 dagen over doen. Om toch de financiën te controleren was er een inspecteur-generaal (&amp;#039;&amp;#039;veedor general&amp;#039;&amp;#039;) actief die fraude en misbruik moest opsporen en die rechtstreeks aan de Spaanse koning moest rapporteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Officieren kregen geregeld leiding over een leger, zonder dat zij ooit ervaring hadden opgedaan op het slagveld. Zo werd [[Ambrogio Spinola]] commandant, omdat hij veel geld bezat, zodat hij de soldaten uit eigen zak kon betalen wanneer het geld vanuit Spanje op zich liet wachten. Het probleem van het gebrek aan ervaring werd door weinigen ingezien. [[Filips IV van Spanje|Filips IV]] en [[Gaspar de Guzmán y Pimentel|Olivares]] stelden vast dat de tegenvallende resultaten van het leger te maken hadden met het gebrek aan leiders, dat zij toeschreven aan het gebrek aan Spaanse edelen in het leger.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{clearright}}&lt;br /&gt;
{| border=&amp;quot;1&amp;quot; align=&amp;quot;right&amp;quot; cellpadding=&amp;quot;3px&amp;quot; style=&amp;quot;margin:7px; border: 1px solid #999; background-color:#FFFFFF;border-collapse:collapse; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|+ &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Kapiteins-generaal&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;&lt;br /&gt;
! style=&amp;quot;background:#efefef;&amp;quot; | Naam&lt;br /&gt;
! style=&amp;quot;background:#efefef;&amp;quot; | Periode&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Fernando Álvarez de Toledo]], hertog van Alva || apr. 1567 - nov. 1573 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Luis de Zúñiga y Requesens]] || nov. 1573 - mrt. 1576 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Don Juan van Oostenrijk]] || nov. 1576 - okt. 1578 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Alexander Farnese]], hertog van Parma || okt. 1578 - dec. 1592 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Peter Ernst I van Mansfeld]] (interim) || dec. 1592 - feb 1594 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Ernst van Oostenrijk (1553-1595)|Ernst van Oostenrijk]] || feb. 1594 - feb. 1595 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Pedro Henriquez de Acevedo]] (interim) || feb. - dec. 1595 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Albrecht van Oostenrijk]] || dec. 1595 - aug. 1598 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Andreas van Oostenrijk]] (interim) || jul. 1598 - mei 1599 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Albrecht van Oostenrijk|Albrecht]] en [[Isabella van Spanje]] || mei 1599 - jul. 1621 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Isabella van Spanje]] || jul. 1621 - dec. 1633 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Francisco de Moncada]] (interim) || dec. 1633 - nov. 1634 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Ferdinand van Oostenrijk (1609-1641)|Ferdinand van Oostenrijk]], kardinaal-infant || nov. 1634 - nov. 1641 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Francisco de Melo]] || nov. 1641 - aug. 1644 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Manuel de Castel Rodrigo]] || aug. 1644 - mei 1647 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Leopold Willem van Oostenrijk]] || mei 1647 - jun. 1656 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| [[Juan II van Oostenrijk]] || jun. 1656 - feb. 1659 &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Financiën ==&lt;br /&gt;
[[Bestand:Incendio Ayuntamiento Amberes.jpg|thumb|left|Spaanse soldaten kregen niet genoeg soldij vanwege het [[staatsbankroet]] van Spanje in 1575 en sloegen aan het muiten en [[Spaanse Furie (Antwerpen)|plunderden daarbij Antwerpen]].]]&lt;br /&gt;
Toen Alva naar de Nederlanden ging, was een van zijn opdrachten om de Nederlandse gewesten zelf meer te laten betalen voor hun leger; hij moest dus nieuwe belastingen laten instellen. Hoewel de Nederlanden twee jaar lang in 1570 en 1571 genoeg geld bijbrachten, moest in de overige jaren de koning bijspringen uit de Spaanse schatkist. Het bedrag dat de koning bijsprong verschilde. Zo was dat in 1566 bijna 1 miljoen florijn, in 1567 was dat meer dan 3 miljoen en in 1574 was dat meer dan 7 miljoen. Het leger probeerde op zijn beurt zo veel mogelijk geld te innen waar het gelegerd was, waardoor de inkomsten uit de nieuwe belastingen drastisch verminderden. Doordat het moeilijk was erop toe te zien welke soldaat welk bedrag al had ontvangen en het systeem met belastingen faalde, werd er een nieuwe methode bedacht om geld op te halen. Dit was een contributiesysteem waarbij gemeenschappen een bepaalde contributie moesten betalen, die vervolgens werd verdeeld onder de soldaten in die regio. Deze methode werd alleen toegepast in grote rijke gebieden, zoals [[Hertogdom Brabant|Brabant]] en [[Graafschap Vlaanderen|Vlaanderen]], waar het normale belastingsysteem niet werkte. Waar het belastingsysteem wel werkte, zoals in [[Graafschap Henegouwen|Henegouwen]] en [[Graafschap Artesië|Artesië]] bleef het zoals het was.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Door de oorlog verslechterde de economie in het zuiden van de Nederlanden, waarop de verantwoordelijkheid van het innen van gelden werd teruggegeven aan de Staten van de provincies. Zij haalden echter niet het gewenste bedrag op, maar slechts een derde tot een vijfde van de totale kosten. Het overige bedrag moest de koning opnieuw bijspringen. Spanje had echter het geld hard nodig voor veel andere zaken, waaronder de oorlog met Portugal, de [[Spaanse Armada|invasie van Engeland]], de oorlog met Frankrijk, de [[Dertigjarige Oorlog]] en de [[Mantuaanse Successieoorlog]]. Het bedrag dat verstuurd werd vanuit Spanje naar de Nederlanden varieerde en hing af van de prioriteit van andere conflicten. Het verzenden van de grote geldbedragen vanuit Spanje was te riskant en tevens beschikte de koning niet over zo een groot bedrag in één keer en daarom werd er gebruikgemaakt van &amp;#039;&amp;#039;rentmeesterbrieven&amp;#039;&amp;#039; of [[asiento]]. Het bedrag werd voor een korte termijn geleend bij een handelaar in Spanje, waarbij het bedrag, na het laten zien van de rentmeesterbrief, in de Nederlanden kon worden opgenomen. Op deze manier werd er soms zo veel geld geleend dat de koning de leningen niet meer kon terugbetalen of geen nieuwe leningen meer kon opnemen, waardoor de staat herhaaldelijk [[Faillissement|bankroet]] ging. Dit gebeurde in 1560, 1575, 1596, 1607, 1627, 1647 en in 1653. Voor Spanje was het vaak een makkelijke uitweg, maar voor veel bankiers was het desastreus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Situatie van het leger ==&lt;br /&gt;
Het leven in het Spaanse leger in Vlaanderen was niet makkelijk, het was gevaarlijk en er werd honger en kou geleden. De [[soldij]] die dat moest verzachten was laag en werd vaak te laat uitbetaald. Daardoor moesten soldaten bij hun kapitein geld lenen, plunderen of honger lijden. Geregeld braken er [[muiterij]]en uit doordat betaling niet geschiedde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De soldaten waren vaak [[Inkwartiering|ingekwartierd]] bij burgers, soms verbleven ze met vijf man bij een huisgezin op kosten van de hoofdbewoner. Andere soldaten verbleven in [[Barak (gebouw)|barak]]ken in garnizoenssteden als [[Antwerpen (stad)|Antwerpen]], [[Gent]] en [[Kortrijk (hoofdbetekenis)|Kortrijk]]. Burgers moesten dan wel zorgen voor bedden, meubilair en andere spullen. In het jaar 1610 werden extra barakken gebouwd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het leger verloor vaak in snel tempo veel van zijn mensen. In 1576 verminderde de sterkte door ziekte, dood en [[desertie]], in acht maanden tijd van 60.000 naar 11.000 manschappen. Gewoonlijk verloor het leger 1% tot 2% van de soldaten per maand, wat ongeveer tweemaal zoveel was als in het Franse leger. Het Spaanse leger in Vlaanderen had geen regeling waarbij men zomaar kon vertrekken. Een soldaat had toestemming nodig en kreeg die alleen voor ernstige gebeurtenissen, zoals de dood van een familielid of bij een ongeneeslijke ziekte. De slechte omstandigheden en de geringe beloning waren reden om te vertrekken zonder toestemming, oftewel te deserteren. Tijdens het [[Beleg van Bergen op Zoom (1622)|Beleg van Bergen op Zoom]] door [[Ambrogio Spinola|Spinola]] in 1622 vluchtten zelfs soldaten naar de stad die zij belegerden om er [[Asielrecht|asiel]] te vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Zie ook==&lt;br /&gt;
* [[Staatse leger]], de republikeinse Nederlandse tegenhanger&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Bron ==&lt;br /&gt;
* {{en}} {{Aut|[[Geoffrey Parker|G. Parker]]}} (2004): &amp;#039;&amp;#039;The Army of Flanders and the Spanish Road, 1567-1659&amp;#039;&amp;#039; Cambridge: Cambridge University Press. {{ISBN|9780521543927}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Voormalig leger|Vlaanderen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Tachtigjarige Oorlog]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 16e eeuw]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 17e eeuw]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Colani</name></author>
	</entry>
</feed>