<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Cisterci%C3%ABnzers</id>
	<title>Cisterciënzers - Bewerkingsoverzicht</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Cisterci%C3%ABnzers"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?title=Cisterci%C3%ABnzers&amp;action=history"/>
	<updated>2026-08-13T16:24:53Z</updated>
	<subtitle>Bewerkingsoverzicht voor deze pagina op de wiki</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.6</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?title=Cisterci%C3%ABnzers&amp;diff=160299&amp;oldid=prev</id>
		<title>Colani op 14 dec 2024 om 11:46</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?title=Cisterci%C3%ABnzers&amp;diff=160299&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2024-12-14T11:46:02Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;b&gt;Nieuwe pagina&lt;/b&gt;&lt;/p&gt;&lt;div&gt;{{Infobox religieuze orde&lt;br /&gt;
| naam = Orde der Cisterciënzers&lt;br /&gt;
| latijnse naam = Ordo Cisterciensis&lt;br /&gt;
| wapen = Ordre cistercien.svg&lt;br /&gt;
| wapen onderschrift = Wapen van de Cisterciënzerorde&lt;br /&gt;
| overste titel = Generaal-abt&lt;br /&gt;
| overste = Mauro Giuseppe Lepori&lt;br /&gt;
| regel = [[Regula Benedicti|Regel van Benedictus]]&lt;br /&gt;
| latijns motto = &amp;#039;&amp;#039;Cistercium Mater Nostra&amp;#039;&amp;#039;&lt;br /&gt;
| motto = Cîteaux Onze Moeder&lt;br /&gt;
| stichtingsdatum = [[1098]]&lt;br /&gt;
| stichtingsplek = [[Saint-Nicolas-lès-Cîteaux|Cîteaux]]&lt;br /&gt;
| stichter = [[Robert van Molesme]]&lt;br /&gt;
| website = https://www.ocist.org/&lt;br /&gt;
| habijt = Habit (Cistercian Order).svg&lt;br /&gt;
| habijt onderschrift = Habijt van de Cisterciënzerorde&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Zijbalk kloosters}}&lt;br /&gt;
[[Bestand:AD 2023 Bornem Abdij St Bernard - 04.jpg|miniatuur|Vader Benedictus, met raaf (Zwarte kovel) en Vader Bernardus (Witte kovel), verzameling Abdij te Bornem]]&lt;br /&gt;
De &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Orde der Cisterciënzers&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; is een [[kloosterorde]] binnen de organisatie van de [[Rooms-Katholieke Kerk]] die in [[1098]] door de Bourgondische edelman [[Robert van Molesme]] is opgericht in de Franse nederzetting Cîteaux ten zuiden van [[Dijon]]. Hier bouwde men de beroemd geworden [[Abdij van Cîteaux|abdij van Citeaux]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==De Orde==&lt;br /&gt;
De cisterciënzers vinden hun oorsprong in [[1098]], toen de abt Robert – een Bourgondisch edelman – zijn [[benedictijnen]]klooster in [[Molesmes]] verliet om samen met twaalf monniken een nieuw klooster te stichten in [[Abdij van Cîteaux|Cîteaux]] in [[Hertogdom Bourgondië|Bourgondië]]. Dertig jaar eerder werd hij reeds abt van verschillende gemeenschappen. In 1074 werd hij hoofd van een groep kluizenaars van [[Colan]]. Een jaar later werd hij de abt van Molesme. Tussen 1090 en 1093 had Robert de Abdij van Molesme reeds verlaten, om zich opnieuw bij een groep kluizenaars aan te sluiten. In 1098 kwam hij ertoe opnieuw een abdij op te richten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze nieuwe orde was een reactie op het feit dat de [[Regula Benedicti|Regel van Benedictus]] steeds slechter werd nageleefd in de Franse [[benedictijnen]]kloosters, vooral in de [[Abdij van Cluny]] van de [[Orde van Cluny]]. Naar de Latijnse vorm van de plaatsnaam Citeaux – &amp;#039;&amp;#039;Cistercium&amp;#039;&amp;#039; – werden de leden van de orde cisterciënzers genoemd. De Orde van Cluny zal daarna spil worden van een hervormingsbeweging tot strikte naleving van de regels, mede met ondersteuning van de wereldlijke heerseres [[Ida van Verdun]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode [[1110]] tot [[1115]] ontstaan de eerste dochterabdijen: [[Abdij van La Ferté|La Ferté]] (1113), [[Abdij van Pontigny|Pontigny]] (1114) en [[Abdij van Clairvaux|Clairvaux]] (1115). Vanuit deze drie abdijen en Cîteaux ontstaat het netwerk van abdijen. Zo sticht de Abdij van Pontigny bijvoorbeeld in 1141 de Abdij van Cercamp ([[Amiens (stad)|Amiens]]). In de [[Summa Cartae Caritates]] – een soort grondwet van de orde, ontstaan onder de abt [[Stefanus van St-Gilles|Stephanus]] – staat in het derde en vierde hoofdstuk het getrapte systeem van de filialen: de vier grote abdijen doen nieuwe stichtingen – de dochterabdijen – die op hun beurt filialen kunnen stichten. Zo is de Abdij van [[Klooster Eberbach|Eberbach]] ([[1135]]) een stichting van de Abdij van Clairvaux, maar stichtten ze zelf de [[Abdij van Val-Dieu]]. Er bleef echter controle van de moederabdij op hun dochterabdijen. Elke abdij had een eigen inspraak, maar door het [[generaal kapittel]] – een jaarlijkse algemene vergadering – was er wel een sterk centralistisch systeem.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een van de dochterkloosters van Cîteaux was [[Abdij van Clairvaux|Clairvaux]], waar in [[1115]] een jonge Bourgondische edelman, Bernardus van Fontaines, die drie jaar tevoren met een groep jonge familieleden was ingetreden, tot [[abt (abdij)|abt]] werd gekozen. Als [[Bernard van Clairvaux]] werd hij een toonaangevende geestelijke. De cisterciënzers worden dan ook soms bernardijnen genoemd, en de cisterciënzerinnen bernardinnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook in Italië kwam de orde snel tot groei. De Abdij van La Ferté deed zijn eerste stichting daar in 1120, Morimond in 1136, Clairvaux in 1135. Daarnaast werden bestaande kloosters hervormd, onder meer [[Casamari]] en het huidige [[Abdij Tre Fontane|Tre Fontane]], beide in 1140. In korte tijd verspreidden de cisterciënzers zich over het hele schiereiland. Aan het einde van de Middeleeuwen telde Italië 88 mannenkloosters en minstens zoveel vrouwenkloosters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de dood van Bernard van Clairvaux in [[1153]] telde de orde al meer dan driehonderd kloosters, die meestal waren gevestigd in onherbergzame streken, waar men leefde onder grote ontberingen. Deze geweldige expansie was met name ook ingegeven door machtspolitiek van de Rooms-Katholieke Kerk en borg ook de kiem van verval in zich. Na 1300 kwam een moeilijke tijd waarbij de vrouwen de fakkel overnamen. De 13e eeuw werd de Gouden Eeuw van de [[Zuster (religie)|monialen]], ofwel vrouwelijke ordeleden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De [[Abdij van Herkenrode]] was de eerste en mettertijd de grootste voor vrouwelijke cisterciënzers. Terwijl in hun kloosters het innerlijk leven en de [[mystiek]] bloeiden, kwamen de mannenabdijen tot rijkdom, vooral bestaande uit grondeigendom ten gevolge van landontginning. [[Monnik (christendom)|Monniken]] van de [[Abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen]] te [[Koksijde]] en de [[Abdij van Boudelo]] te [[Stekene|Klein-Sinaai]] hebben bijvoorbeeld grote delen van het &amp;#039;&amp;#039;Land van [[Hulst (stad)|Hulst]]&amp;#039;&amp;#039; in [[Zeeuws-Vlaanderen]] ingepolderd. In [[Rotselaar]] bevond zich de [[Abdij Vrouwenpark]], waar de [[Beatrijs]]legende wordt gesitueerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan het einde van de 12e eeuw vonden de eerste stichtingen van cisterciënzerkloosters in Nederland plaats. Rond 1160 werd het klooster [[Klaarkamp]] bij [[Rinsumageest]] gesticht, omstreeks 1188 kwam er een dochterklooster bij [[Bolsward]], het latere [[Kloosters in Friesland|Bloemkamp]]. Later volgde [[Klooster Aduard|Aduard]] (1192).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In [[1140]] werd het eerste Spaanse cisterciënzerklooster, [[Fitero]], in [[Koninkrijk Castilië|Castilië]] gesticht, spoedig gevolgd door andere stichtingen in het op de Moren veroverd gebied, vooral dan in Centraal-Spanje. Vanaf omstreeks [[1170]] kregen de cisterciënzers een snel groeiend aandeel in de kolonisatie van de dun bevolkte Slavische gebieden. Hiervoor werden immigranten uit de Nederlanden aangetrokken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De praalzucht nam, toen de economie in West-Europa opbloeide, steeds grotere vormen aan (zie ook [[Habijt van cisterciënzerinnen]]). Omdat Jezus, volgens [[Evangelie volgens Matteüs|Matteüs]] 10:9, over [[Armoedebeweging|vrijwillige armoede]] van zijn apostelen had gesproken, ontstond tegen deze toestand protest dat leidde tot de stichting van hervormingsbewegingen binnen de orde. Deze richtten zich onder andere tegen het verschijnsel, dat in plaats van gekozen abten zogenoemde [[In commendam|commendataire abten]] aan het hoofd van het klooster kwamen. Dergelijke abten waren personen die de abdij hadden gekocht en die men vrijwel nooit in het klooster zag verschijnen. Dat leidde tot geestelijk verval, bijvoorbeeld omdat door het ontbreken van een abt de regeltucht veel te wensen overliet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Economische organisatie van de cisterciënzerkloosters==&lt;br /&gt;
De monniken moeten niet zelf instaan voor de bewerking van de gronden: ‘ad haec exercenda, nutrienda, conservanda, seu prope seu longe grangias habere possumus per conversos custodiendas et pocurandas’. De orde kent met andere woorden een speciaal systeem van [[Uithof (klooster)|grangia]] (ook wel uithoven: grote kloosterboerderijen of abdijhoeves) waar lekenbroeders op te werk gesteld worden. Deze grangia (enkelvoud: grangium) zijn sterk gebaseerd op het systeem van dominantie en overheersing, soms werden gewoon hele dorpen – die eigendom werden van de Cisterciënzer door schenkingen – gedwongen zich naar de cisterciënzers te schikken, een soort van verplichte conversie. Naast de conversen werden ook vaak seizoenarbeiders aangetrokken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem van lekenbroeders was er nog niet bij de eerste abdijen. Het systeem van de grangia duikt voor het eerst op in de elfde eeuw, in de Italiaanse cisterciënzerkloosters. Het fenomeen ontstaat ook vlug in Frankrijk en Engeland – het tweede land waar de Cisterciënzers zich wisten te vestigen na Italië. Er zijn echter veel regionale verschillen op te merken. De lekenbroeders van Cîteaux waren bijvoorbeeld legaal onderworpen aan de abt van Cîteaux, terwijl in Grandmontines de lekenbroeders controle hadden over de eigendommen. In Oost-Europa zien we meer een systeem van lijfeigenen ontstaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lekenbroeders kwamen – net zoals de cisterciënzermonniken – pas op latere leeftijd in een klooster terecht. Na de initiatie tot lekenbroeder konden de lekenbroeders geen monnik meer worden. Dit staat ook zo in hun Capitula vermeld: ‘Ut de converso non fiat monachus’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De afgelegenheid van veel grangia kan als een reden ingeroepen worden door de monniken om er niet (vaak) te moeten aanwezig zijn. De Capitula schrijven namelijk voor dat de monniken binnen het kloosterhuis moesten leven. Ze mochten wel zo vaak als nodig naar de grangia gestuurd worden, maar er nooit lang verblijven. Dezelfde Capitula wijzen er ook op dat de monniken geen contact met wereldlijke lieden mogen hebben in verband met de landbouw- en veeteeltacitviteiten. Deze handelingen schrijven de Capitula als taken toe aan de lekenbroeders. Er wordt voor deze taakopdeling ook verwezen naar het Bijbelverhaal van Martha en Maria, waarbij Maria – welke vereerd werd door de cisterciënzer – symbool staat voor de monniken en de werkende Martha voor de lekenbroeders.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de &amp;#039;&amp;#039;Usus Conversorum&amp;#039;&amp;#039;, uit de twaalfde eeuw, is veel te lezen over deze conversen en wordt het contrast met de monniken nog duidelijker. Hier blijft het niet alleen beperkt tot afspraken over woning en kledij. De conversen hadden – in tegenstelling tot de monniken – slechts een beperkte religieuze plicht. Tevens vernemen we dat de conversen ook geen geestelijke arbeid zoals lezen mogen doen. De kloof tussen literatus en illiteratus wordt hiermee nog aangescherpt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de veertiende eeuw lijkt het systeem van lekenbroeders wel ineen te storten: de conversen zijn alleen nog een kleine groep van experten, de gronden worden in pacht uitgegeven en men doet een extra beroep op gehuurde arbeid. Voor deze terugval van de conversen zijn zowel interne als externe argumenten aan te reiken. Enerzijds is er een achteruitgang van het bevolkingscijfer, komen andere vormen van vroomheid naar voren en is er een sterke concurrentie vanuit de steden. Anderzijds merken we ook een verandering van het economisch systeem. Al kunnen we bij deze interne factor ons de vraag stellen of dit de oorzaak is voor het kleinere aantal conversen of juist een gevolg ervan. In tegenstelling tot voordien zien we ook mensen uit de gegoede burgerij conversen worden, ze schenken hun eigendommen in ruil voor belangrijke functies als opzichter. De positie van lekenbroeder kreeg dankzij de uitdijende economie dan ook een belangrijke maatschappelijke status.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Monastieke tucht ==&lt;br /&gt;
Monniken werden geacht, net zoals [[Heremiet (monnik)|heremieten]], hun geloften strikt na te leven; lichamelijke kastijdingen, zelftucht en vrijwillige armoede waren dan ook geen abnormale oefeningen in vele abdijen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De monastieke tucht werd normaal afgedwongen door de abt, die monniken kon berispen conform de voorschriften van de regel. De interpretatie ervan lag geheel bij de abt, waardoor de meeste kloosters regelmatig conflicten hadden, waarbij het kapittel geen uitkomst bracht. Zo werd Lieven de Meulemeester, afvallige monnik van [[Boudelo]], in 1585 streng gestraft door de abt: hij zou zijn geloften hebben gebroken, en betrapt zijn door een huwelijk te hebben aangegaan. De abt van [[Abdij van Cambron|Cambron]], toenmalige vicaris-generaal van de Nederlanden, meende echter dat hij dankzij berouw terug in de gemeenschap mocht worden opgenomen, op voorwaarde dat hij in eeuwigheid zijn stem in het kapittel zou verliezen, een jaar lang de kap van novicen zou dragen en geen kruinschering zou dragen. Enkel het kapittel generaal kan hem herstellen, mits de H. Stoel hem rehabiliteert.&amp;lt;ref name=&amp;quot;:0&amp;quot;&amp;gt;Asaert, Gustaaf: Het archief van de Abdij van Boudelo te Sinaai-Waas en te Gent.-Volume 2, Deel 1&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In uitzonderlijk gevallen gaf een pauselijke bul, vaak op voorschrift van de procurator Generaal een duidelijkere interpretatie. Zo oordeelde [[paus Alexander VII]] in 1657 dat het permanent vleesderven, dat voor leken slechts op bepaalde dagen is voorgeschreven, niet meer vereist was. Hij bepaalde dat alle monniken in goed geweten vlees mogen eten, gedurende alle dagen van het jaar. Een pauselijke approbatie bekrachtigde dit reeds in 1481. [[Paus Sixtus IV]] had reeds in een bul verklaard dat het vleesderven niet tot de essentie behoort van de monastieke tucht bij de cisterziëncers.&amp;lt;ref name=&amp;quot;:0&amp;quot;/&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een groeiende groep monniken was het hier echter niet mee eens. Er bestond een stroming die een strikte eis onderhield van het vleesderven, de zgn. &amp;quot;abstinenten&amp;quot;. Dit leidde tussen een dieper conflict tussen Rome en bepaalde abdijen. Uiteindelijk zou dit uitmonden in een splitsing van de orde.&amp;lt;ref name=&amp;quot;:0&amp;quot;/&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Trappisten ==&lt;br /&gt;
De &amp;quot;abstinenten&amp;quot; bleven bij hun strikte interpretatie van de regel. Dit leidde tot een afscheuring van een nieuwe groep, die zich [[trappisten]] noemde. Deze werden uiteindelijk erkend als nieuwe orde. Zij leven volgens een strengere regel, de zogeheten strikte observantie. De benaming trappisten is afgeleid van de Franse [[abdij Notre-Dame de la Grande Trappe]], waar abt [[Jean de Rancé]] in 1664 strenge regels instelde die elders veel navolging kregen. In 1892 heeft de paus een laatste vergeefse poging gedaan om cisterciënzers en trappisten weer in één orde te verenigen. In de Lage Landen hebben de trappisten de cisterciënzers overvleugeld. In Nederland zijn er vier trappistenkloosters: ([[Abdij Koningshoeven|Berkel-Enschot]], [[Abdij Maria Toevlucht|Zundert]], [[Abdij Sion|Diepenveen]] en [[Abdij Lilbosch|Echt]], dat sinds 2002 de monniken uit [[Abdij Ulingsheide|Tegelen]] herbergt). Een aantal trappistenabdijen kregen bekendheid door hun populaire bieren en kazen: [[Abdij van Westmalle|Westmalle]], [[Sint-Sixtusabdij van Westvleteren|Westvleteren]], [[Abdij van Achel|Hamont-Achel]], [[Abdij Notre-Dame de Saint-Rémy|Rochefort]], [[Abdij Notre-Dame de Scourmont|Chimay]] en [[Abdij Notre-Dame d&amp;#039;Orval|Orval]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Cisterciënzers in Nederland en België ==&lt;br /&gt;
[[Bestand:UGent - Waerachtige verbeeldinghen -prior monas. b Mariae in Waerschoot oCist.jpg|miniatuur|Prior van de [[ Priorij Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hove]], Bisdom Gent]]&lt;br /&gt;
{{Zie hoofdartikel|Lijst van middeleeuwse cisterciënzerkloosters in Nederland}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In [[Nederland]] is er een cisterciënzerabdij: [[Mariënkroon]] te [[Nieuwkuijk]], en [[Abdij Maria Toevlucht]] te [[Zundert (plaats)|Zundert]].&amp;lt;ref&amp;gt;[https://abdijmariatoevlucht.nl/ Abdij Maria Toevlucht]&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In België werden in de loop van de 19e en 20e eeuw verschillende cisterciënzerabdijen heropgericht en gesticht. Hierbij waren de gemeenschappen van de strikte observantie (trappisten) in de meerderheid.&amp;lt;ref&amp;gt;Abdijen en begijnhoven in België (2), pp. 77-81. Artis-Historia, Brussel, p. 10&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gemeenschappen van de gewone observantie (mannen):&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Sint-Bernardusabdij (Bornem)|Sint-Bernardusabdij]] van [[Bornem]] (1836) ontstaan uit de [[Sint-Bernardusabdij (Hemiksem)|Sint-Bernardusabdij]] van [[Hemiksem]] (1243)&lt;br /&gt;
* [[Abdij van Val-Dieu]] (1844)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gemeenschappen van de strikte observantie (mannen):&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Abdij Koningshoeven|Abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven]] in Berkel-Enschot (1880)&lt;br /&gt;
* [[Abdij Notre-Dame d&amp;#039;Orval|Abdij van Orval]] (1926)&lt;br /&gt;
* [[Abdij Notre-Dame de Saint-Rémy|Abdij van Rochefort]] (1887)&lt;br /&gt;
* [[Abdij van Westmalle]] (1794)&lt;br /&gt;
* [[Sint-Sixtusabdij van Westvleteren]] (1831)&lt;br /&gt;
* [[Abdij van Achel|Sint-Benedictusabdij]] van Achel (1846)&lt;br /&gt;
* [[Abdij Notre-Dame de Scourmont|Abdij van Scourmont]] (1850)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gemeenschappen van de strikte observantie (vrouwen):&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Abdij van Chimay (1919)&lt;br /&gt;
* Abdij van Soleilmont (1802)&lt;br /&gt;
* [[Abdij van Clairefontaine (België)|Abdij van Clairefontaine]] (1835)&lt;br /&gt;
* Abdij van Brecht (1850)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Tegenover andersdenkenden==&lt;br /&gt;
De cisterciënzers (ook bekend als &amp;#039;&amp;#039;[[schieringers]]&amp;#039;&amp;#039; of &amp;#039;&amp;#039;schiere monniken)&amp;#039;&amp;#039; waren uiterst strijdvaardig, predikten en leidden kruistochten en voerden [[inquisitie]] tegen andersdenkenden. Zij namen actief deel aan de bestrijding van de [[katharen]] en zetten aan tot bloedige ketterjachten. In Oost-Europa stonden ze vooraan om de heidense [[Pruisen (volk)|Pruisen]] en [[Balten|Baltische volkeren]] desnoods met geweld te bekeren. Bekend werd in [[Friesland]] en [[Ommelanden (Groningen)|Ommelanden]] hun strijd tegen de [[Premonstratenzers]] die ze verweten [[vetkopers]] te zijn. Het eiland [[Schiermonnikoog]] werd naar hen genoemd.&amp;lt;ref&amp;gt;Y.v.Buyten, W.Vanderzeypen, &amp;#039;&amp;#039;De Tempeliers&amp;#039;&amp;#039;, Synthese, p.76,77&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
* Ursmar BERLIERE, &amp;#039;&amp;#039;Monasticon belge&amp;#039;&amp;#039;, Maredsous, 8 delen, 1890-1993.&lt;br /&gt;
*J. M. CANIVEZ, &amp;#039;&amp;#039;L&amp;#039;Ordre de Cîteaux en Belgique. Des origines au XXe siècle&amp;#039;&amp;#039;, Scourmont, 1926&lt;br /&gt;
* R. DONKIN, &amp;#039;&amp;#039;The growth and distribution of the Cistercian Order in medieval Europe&amp;#039;&amp;#039;, in: Studia Monastica, 1967.&lt;br /&gt;
* E. BROUTTE e. a., &amp;#039;&amp;#039;Dictionnaire des auteurs cisterciens&amp;#039;&amp;#039;, Rochefort, 1975-1979, 7 delen&lt;br /&gt;
* A. SCHNEIDER, &amp;#039;&amp;#039;Die Cistercienser. Geschichte&amp;#039;&amp;#039;, Keulen, 1977&lt;br /&gt;
* G. DESMONS, &amp;#039;&amp;#039;Mystères et berauté des abbayes cistercinnes&amp;#039;&amp;#039;, Toulouse, 1996.&lt;br /&gt;
* Anselm HOSTE e. a., &amp;#039;&amp;#039;De glans van Cîteaux in de Nederlanden. 900 jaar cisterciënzerabdijen 1098-1998&amp;#039;&amp;#039;, Brugge, 1997.&lt;br /&gt;
* P. HOLT, &amp;#039;&amp;#039;Schiere monniken en grijze vrouwen. Cisterciënzers in Nederland 1165-1797. Een overzicht&amp;#039;&amp;#039;, Budel 2015&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Externe link ==&lt;br /&gt;
* [http://www.ocist.org Centrale website van de cisterciënzers]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Cisterciënzers| ]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Colani</name></author>
	</entry>
</feed>