<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Adrien_de_Berghes</id>
	<title>Adrien de Berghes - Bewerkingsoverzicht</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Adrien_de_Berghes"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?title=Adrien_de_Berghes&amp;action=history"/>
	<updated>2026-04-23T20:23:34Z</updated>
	<subtitle>Bewerkingsoverzicht voor deze pagina op de wiki</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.6</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?title=Adrien_de_Berghes&amp;diff=69665&amp;oldid=prev</id>
		<title>Colani: 1 versie geïmporteerd</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki-raamsdonk.nl/index.php?title=Adrien_de_Berghes&amp;diff=69665&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2024-03-01T13:26:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;1 versie geïmporteerd&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;b&gt;Nieuwe pagina&lt;/b&gt;&lt;/p&gt;&lt;div&gt;&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Adrien de Berghes&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; of &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Adriaan van Bergen&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;, heer van [[Fresnicourt-le-Dolmen|Olhain]] en [[Cohem]], vaak genoemd &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Dolhain&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; (ca. 1535 – [[Bergen (België)|Bergen]], [[27 juli]] [[1572]]) was een [[Graafschap Vlaanderen|Vlaams]]-[[graafschap Artesië|Artesisch]] edelman die in 1569-1570 de eerste [[admiraal]] was van de [[Watergeuzen]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Leven ==&lt;br /&gt;
Hij was een zoon van Pierre II de Berghes en Marie de Neufville, en een oudere broer van Louis de Berghes. Zij woonden op hun stamslot in het Vlaamse [[Sint-Winoksbergen]]. Dolhain was een lange, magere man, die, hoewel Franstalig, ook Nederlands sprak. Rond 1564 was hij vermoedelijk commandant van de vesting [[Philippeville]]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij bekende zich tot het [[calvinisme]] en was een van de eerste twaalf edellieden die het [[Eedverbond der Edelen|Eedverbond]] onderschreven in november 1565. Vanuit zijn hevige wens de [[Inquisitie]] afgeschaft te zien, reisde hij het land af. Begin december was hij bij [[Charles de Houchain|Longastre]] in [[Atrecht]] en met Kerstmis bij [[Nicolaas van Hames]] in [[Leefdaal]]. Te [[Breda]] stelde hij mee het eerste [[Smeekschrift der Edelen]] op, dat op 5 april 1566 april in stoet aan landvoogdes [[Margaretha van Parma]] werd overhandigd, waar hij uiteraard bij was. In mei en juni 1566 steunde hij de calvinisten in [[Valenciennes]] en [[Doornik]] en woonde hij [[Hagenpreek|hagenpreken]] bij. Op 13 juli vergaderde hij met de verbonden edelen in [[Sint-Truiden]] en op 18 juli was hij in [[Duffel]] om de voorstellen van de landvoogdes te aanhoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eind juli 1566 trouwde Dolhain in [[Béthune]] met Marie de Houchain, waardoor Longastre zijn schoonbroer werd. Hij organiseerde een groot huwelijksfeest met Nederlandse edelen van beide strekkingen en een plan om zijn zaak vooruit te helpen. Tijdens het feestmaal en het bal liet hij meermaals uit volle borst het &amp;#039;&amp;#039;Vive le Gueux!&amp;#039;&amp;#039; aanheffen, wat de katholieke aanwezigen in verlegenheid bracht en compromitteerde. De inwoners van Béthune ergerden zich en dwongen de feestvierders elders te gaan. Daarna bleef Dolhain grotendeels in zijn geboortestreek, hoewel hij op 5 december overleg pleegde met graaf [[Lodewijk van Nassau (1538-1574)|Lodewijk van Nassau]] in [[Antwerpen (stad)|Antwerpen]]. Hij hielp er de hervormden, wat hem op verbanning uit de stad kwam te staan. Vervolgens keerde hij terug naar zijn streek en begon hij zijn kasteel in Sint-Winoksbergen te versterken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eind 1567 vluchtte Dolhain naar Frankrijk, maar met Longastre bleef hij dicht bij de grens. Hij ging niet in op een vraag van [[Willem van Oranje]] om zes [[Compagnie (krijgsmacht)|vendels]] te rekruteren. Tijdens [[Oranjes eerste invasie]] in de zomer van 1568 trachtte hij vergeefs West-Vlaanderen binnen te vallen. De [[Raad van Beroerten]] veroordeelde hem op 17 augustus 1568 [[bij verstek]] tot eeuwige [[verbanning]] en [[Confiscatie|verbeurdverklaring]] van goederen. Vier dagen later was hij bij Oranje in [[Abdij van Rommersdorf|Rommersdorf]]. De prins stuurde hem naar [[Engeland]] om daar een vloot uit te rusten met geld van de Nederlandse vluchtelingengemeente. Hij kreeg een aanbeveling bij [[William Cecil (1520-1598)|Lord Cecil]] en een brief aan koningin [[Elizabeth I van Engeland|Elizabeth]]. Op 30 oktober werd Dolhain ontvangen aan het hof in [[Londen]]. In februari 1569 boekte hij een eerste resultaat, maar de twee schepen die hij uitrustte om naar [[Emden (Nedersaksen)|Emden]] varen, werden tijdelijk in beslag genomen door de regering. In de maanden daarna werkte hij verder aan zijn vloot. Oranje benoemde hem in augustus tot admiraal van wat bekend zou komen te staan als de Watergeuzen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begin september 1569 liet Dolhain zijn vloot uitvaren uit [[Gillingham (Kent)|Gillingham]].&amp;lt;ref name=&amp;quot;Asaert&amp;quot;&amp;gt;Gustaaf Asaert, &amp;#039;&amp;#039;1585: de val van Antwerpen en de uittocht van Vlamingen en Brabanders&amp;#039;&amp;#039;, 2004, [https://books.google.be/books?id=LkvEe4ezuAgC&amp;amp;pg=PA212#v=onepage&amp;amp;q&amp;amp;f=false p. 212]&amp;lt;/ref&amp;gt; De instructies om naar [[La Rochelle (Charente-Maritime)|La Rochelle]] te gaan negerend, verenigde hij zijn vijf schepen met de vijf van vice-admiraal [[Lancelot van Brederode]] uit Emden. Met de andere vice-admiraal [[Willem van Hembyse]] zou Brederode feitelijk een belangrijkere rol spelen dan Dolhain, die geen zeeman was. Hij droeg steeds een groene soldatenpij met hangende mouwen en een baardje. Meer dan duizend watergeuzen zetten op zijn bevel koers naar het [[Vlie]] om de Hollandse Oostzeevloot te onderscheppen.&amp;lt;ref&amp;gt;J.P. Sigmond, &amp;#039;&amp;#039;Zeemacht in Holland en Zeeland in de zestiende eeuw&amp;#039;&amp;#039;, 2013, [https://books.google.be/books?id=dQzTAQAAQBAJ&amp;amp;pg=PA135#v=onepage&amp;amp;q&amp;amp;f=false p. 135-136]&amp;lt;/ref&amp;gt; Op enkele dagen tijd maakten ze een honderd [[Prijsmaking|prijzen]], waaronder veel graanschepen. Voor de gevangen zeelieden werd een hoog [[losgeld]] gevraagd. Van 21 tot 28 september beroofden de Watergeuzen ook kerken en kastelen op [[Vlieland]], [[Ameland]] en [[Texel]] (bv. de [[Sint-Magnuskerk (Hollum)|Sint-Magnuskerk]] van [[Hollum]] en het [[Camminghaslot]]). Het plan om [[Delfzijl]] te bezetten, werd verhinderd door het garnizoen van [[Caspar de Robles]].&amp;lt;ref name=&amp;quot;Asaert&amp;quot; /&amp;gt; Het kapen van koopvaarders ging ten koste van de Amsterdamse en internationale handelaars, maar ook van de gewone bevolking, die honger leed. De campagne kwam ten einde toen er ruzie ontstond tussen Dolhain en Brederode en de vloot uit elkaar viel. Dolhain voer met het grootste deel van de vloot weg naar Emden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Duitse vorsten gaven Oranje de wind van voren omdat zijn vloot aan piraterij deed en geen onderscheid maakte tussen vriend en vijand. De prins verweet Dolhain dat hij tegen dit misbruik niets had ondernomen en grote schepen had verloren. Bovendien droeg hij te weinig af aan de oorlogskas van de prins.&amp;lt;ref name=&amp;quot;Asaert&amp;quot; /&amp;gt; Met zijn broer Louis werd hij ontslagen. Hij werd op 10 augustus 1570 opgevolgd als admiraal door [[Ghislain de Fiennes|Lumbres]], maar bleef doorgaan met het innen van losgeld. Voor hem ging het om een particuliere onderneming.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn ontslag ging Dolhain naar [[Keulen (stad)|Keulen]] en Frankrijk. Tijdens [[Oranjes tweede invasie]] keerde hij terug naar de Nederlanden in het [[hugenoten]]leger van [[Jean de Hangest|Genlis]], dat werd vernietigd in de [[Slag bij Saint-Ghislain]] op 17 juli 1572. Dolhain was onder de krijgsgevangenen en werd in het kamp van de [[Bezetting van Bergen|belegeraars]] van [[Bergen (België)|Bergen]] herkend. Hij ontfutselde de beschuldiger zijn jachtspies en viel zo woest aan dat men hem alleen kon overmeesteren door hem te doden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
*C.A. Rahlenbeck, &amp;quot;Bergues (Adrien de)&amp;quot; in: &amp;#039;&amp;#039;[[Biographie Nationale de Belgique]]&amp;#039;&amp;#039;, vol. 2, 1868, [[:s:fr:Biographie nationale de Belgique/Tome 2/BERGHES, Adrien DE|kol. 205-207]]&lt;br /&gt;
*[[Edmond de Coussemaker]], &amp;#039;&amp;#039;Troubles religieux du XVIe siècle dans la Flandre maritime, 1560-1570&amp;#039;&amp;#039;, vol. 2, 1876, p. 224-226&lt;br /&gt;
*F. Vogels, &amp;quot;Bergues, jonker Adrien de&amp;quot; in: &amp;#039;&amp;#039;Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek&amp;#039;&amp;#039;, vol. 6, 1924, [https://www.dbnl.org/tekst/molh003nieu06_01/molh003nieu06_01_0184.php kol. 102-104]&lt;br /&gt;
*J.C.M. Warnsinck, &amp;quot;Adriaen van Bergues, heer van Dolhain, admiraal der Watergeuzen&amp;quot; in: &amp;#039;&amp;#039;Van vlootvoogden en zeeslagen&amp;#039;&amp;#039;, 1942, [https://www.dbnl.org/arch/warn010vloo02_01/pag/warn010vloo02_01.pdf#page=45 p. 45-59]&lt;br /&gt;
*Alex Ritsema, &amp;#039;&amp;#039;Pirates and Privateers from the Low Countries, c.1500-c.1810&amp;#039;&amp;#039;, 2008. ISBN 1409201716&lt;br /&gt;
*Arne Zuidhoek, &amp;#039;&amp;#039;De watergeuzen: partizanen of piraten? 1568-1572&amp;#039;&amp;#039;, 2019. ISBN 9401913943&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Voetnoten ==&lt;br /&gt;
{{references}}&lt;br /&gt;
{{bibliografische informatie}}&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT:Berghes, Adrien de}}&lt;br /&gt;
[[Categorie:Geuzen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Staats militair in de Tachtigjarige Oorlog]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Zuid-Nederlandse adel (voor 1830)]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Adel in de Nederlanden in de 16e eeuw]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:16e-eeuws militair]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Colani</name></author>
	</entry>
</feed>